Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

“’t Is crisis”. Een oneliner die het afgelopen jaar minstens even vaak te horen viel als Obama’s “Yes we can!” of het nu echt wel afgezaagde “Silence… I kill you!”. Ook op deze weblog keerde het thema de laatste maanden dikwijls terug, meestal gevolgd door pessimistische berichten over faillissementen, afgeblazen projecten en terugtrekkingen uit de motorsport. Er is geen twijfel mogelijk: de autosector heeft het zwaar te verduren. Uit vrees voor wat nog komen gaat, lijken de consumenten immers collectief beslist te hebben de aankoop van een nieuwe wagen nog maar even uit te stellen tot het allemaal is overgewaaid. Gevolg: de verkopen storten in, stockoverschotten stapelen zich op en fabrieken moeten gesloten worden wegens overproductie. Slecht nieuws voor de constructeur, slechts nieuws voor de fabrieksarbeiders, slechts nieuws voor de dealers.

En de consument? Die lacht eens in zijn vuistje, terwijl hij de vruchten plukt van het marktsysteem van vraag en aanbod. De prijs is nu eenmaal de hefboom om die twee variabelen in evenwicht te brengen. Is er een overaanbod zoals nu, dan moeten de prijzen wel zakken om meer mensen tot een aankoop aan te zetten. En toevallig dient de ideale gelegenheid zich aan: het Autosalon van Brussel en de bijhorende condities.

Nochtans plooien de marketingafdelingen van de grote merken zich dubbel om ons ervan te verzekeren dat zij de crisis niet voelen en dat klanten geen grotere kortingen dan normaal moeten verwachten. De feiten spreken hen tegen. Uit de officiële verkoopscijfers blijkt dat bijna alle merken eind 2008 veel slechter boerden dan een jaar eerder. Vergelijken we november 2008 en diezelfde maand in 2007, dan zien we een instorting van de Europese automarkt met 25,8 procent (in België: 16,4 %). Alleen Dacia, niet toevallig een budgetmerk, slaagt erin verkoopswinst te boeken; Audi en Jaguar mogen al blij zijn met hun status quo. Al de rest laat dalingen van 15 tot 55 procent optekenen. Delen het meest in de brokken: Land Rover (-54,9 %), Chrysler (-54,8 %), Saab (-45,4 %), Lexus (-43,6 %) en Mini (-40,4 %).

Dat voelen ook de dealers, die met een gigantische stock en rode cijfers blijven zitten. Verhoogde saloncondities of niet, in de praktijk wordt er maar al te graag met monsterkortingen gesmeten om potentiële kopers over de streep te trekken. Een journalist van De Morgen voerde een veldonderzoek uit en slaagde erin, mits wat onderhandelen, afslagen te bekomen van 13 procent bij BMW, 23 procent bij Audi en zelfs 30 procent bij Alfa Romeo. Vooral de Franse en Italiaanse merken geven hun auto’s praktisch weg, maar zelfs bij de premiummerken voelt men dus duidelijk de verkoopsdruk. En dus moeten we ironisch genoeg besluiten dat er geen beter moment is om een nieuwe auto aan te schaffen dan nu, op voorwaarde dat je durft afdingen. ’t Is crisis hé.

Share Button