Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Als speed freaks kennen we het allemaal, dat gevoel dat ons bekruipt wanneer we Hamilton en co over de straten van Monaco zien scheuren. Noem het een gezonde vorm van jaloezie, een verlangen om zélf door de tunnel langs Monte Carlo’s mondaine jachthaven te racen aan het stuur van de snelste wagen ter wereld. In onze dromen bedwingen we allen de heuvels van Francorchamps en zien we, na een heroïsche uitputtingsslag, als eerste de finishvlag in Le Mans. Om vervolgens meedogenloos wakker geschud te worden door dat ene knagende besef: we zijn geen racepiloot en zullen het waarschijnlijk ook nooit worden.

Gelukkig voor de gemiddelde autoliefhebber die niet gezegend is met bergen cash en rijtalent is er een oplossing voor dit onbevredigde verlangen. Karting vormt voor velen een goedkope kennismaking met de motorsport. De kleinste indoormachines zijn bovendien zo goed als foolproof. Trek echter naar een buitenpiste en je respect voor de baby-autosport stijgt zienderogen. Die grasmachines met 125 of zelfs 250cc blijken plots verduiveld snel. Ze worden niet voor niets ‘superkarts’ genoemd…

Superkarts racen niet alleen op korte kartingcircuits, maar ook op volwaardige omlopen zoals Silverstone en Laguna SECA. Qua prestaties moeten ze dan ook niet onderdoen voor racewagens met een veelvoud van hun vermogen. Het geheim zit in het gewicht. Met de piloot aan boord weegt een superkart amper 215 kg, zodat een motor van 95 pk al wonderen kan doen. Nul tot honderd in drie seconden en een topsnelheid van 250 km/h: ’nuff said. In omgekeerde richting gaat het nog sneller: ga aan 160 km/h op de rem staan en twee seconden later staat de kart volledig stil.

En niet alleen in de rechte lijn slaan superkarts je met verstomming. Dankzij een zwaartepunt dat slechts enkele centimeters boven het asfalt ligt, een enorme voor- en achterspoiler en kleverige slicks haalt zo’n ding 3G in de bochten. Genoeg om een ongeoefend bestuurder een serieus nekletsel te bezorgen of zelfs het bewustzijn te doen verliezen. Aan adrenaline geen gebrek dus, zou je denken. Toch hebben de superkarters besloten dat gewone racecircuits eigenlijk maar voor mietjes zijn. Echte mannen racen op een afgesloten stuk openbare weg, waar zich veel meer kansen voordoen om jezelf op allerlei creatieve manieren een kopje kleiner te maken. Waarom dus niet gaan racen in de straten van motormekka Isle of Man? Als mannen in veel te strakke leren pakjes het zelfs durven…

Share Button