Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Een tijdje geleden gingen we op de apero in de D’Ieteren Gallery. En filantropisch als we zijn, wilden we deze aanzet van de avond delen met fellow-bloggers die wel houden van wat gemotoriseerd moois. Zoals er zijn: Imke Dielen, Dipfico, Druppels, NoDesktopHero, Groenlicht, Clopin en ga zo nog maar een dertigtal DRIVR-sympathisanten door. Zo gezegd, zo gedaan – en daarvan presenteren onze huisredacteurs vandaag elk een korte impressie mét fotomateriaal van de talrijk aanwezige clichémakers.

bartclaeysdieterengallery

Stem en gastheer van de avond, meneer Philippe Casse, wijdde ons gepassioneerd in in de geschiedenis, ontwikkeling, groei en technische kunsten van de D’Ieteren-familie. Van de eerste koetsen over de oorsprong van benamingen als station wagon tot de eerste overdekte wagens en verder. Verder… want mijn aandacht leek het moeilijk te krijgen met de nochtans boeiende uitleg: ik had de sportieve wagens gespot. Oooh, wat wilde ik instappen en het gaspedaal indrukken! Temeer daar een heel aantal van de wagens die hier te bezichtigen zijn (en te bepotelen) nog rijklaar zijn ook. Een ultieme favoriet uitkiezen is moeilijk: ik viel als een blok voor de witte Karmann Ghia. Hoewel er een aantal exemplaren van Porsche, Audi en Lamborghini ook stonden te lonken. Who drives along?

bartclaeysdieterengallery2

Impressie van Pieter Fret

Van de uitvinding van het wiel via Franse koetsen, Amerikaanse sleeën en een enkele Italiaanse toro tot de recente geschiedenis van de automobiel – maar toch vooral Teutoons geweld daar bij D’Ieteren. Motorsportlegendes als de Auto Union Type C (beter bekend als Silberpfeil) die de internationale Grand Prix-wereld eind jaren dertig domineerde – een truukje dat zijn besnorde financier enkele jaren later nog eens dunnetjes zou trachten over te doen in de politiek-ideologische arena. Ergens weggemoffeld in een hoek spotten we ook de lege body shell van een haast even mythische maar minder controversiële Porsche 917: de tweevoudige Le Mans-winnaar die los 390 km/h uit de wielen schudde. In 1970.

groenlichtbedieterengallery

Ook preproductieprototypes (alliteratie van het jaar?) zijn aanwezig, van de populairste Duitse auto ooit – de Volkswagen Kever van bovenvermelde snorremans – tot een van de zeldzaamste: Groep B-derivaat Porsche 959. Vraag me echter met dewelke ik naar huis had willen rijden en het zou de bloedmooie 550 Spyder geworden zijn. Wellicht was dat zelfs mogelijk geweest, want op vijf stuks na zijn alle geëtaleerde bolides rijklaar en ingeschreven. Een onmiskenbare drivr-attitude die veel te vaak ontbreekt bij eigenaars van dergelijke collecties: dit zijn geen museumstukken, maar auto’s. En daar moet mee gereden worden.

timdkdieterengallery

Impressie van Cedric Dervoigne

Het feit dat D’Ieterens gerenommeerde Gallery het tot een vergeten parel in de Belgische automobielwereld geschopt heeft, kan gerust een understatement genoemd worden. Temidden de Zuidbrusselse jungle verwacht je immers allerminst een stel exotische oldtimers, laat staan een 1001 paarden sterke Veyron. Helaas voor onze gasten was laatstgenoemde uitgeleend aan een potentiële klant, al troost ik me bij de gedachte dat ik thuis een leuker klinkende stofzuiger heb staan.

djivydieterengallery

Dat de rijkelijk met faits-divers doorspekte lofzangen van Monsieur Casse entertainend waren, staat buiten kijf. Weinigen wisten bijvoorbeeld dat de goed geconserveerde 911 van ons aller Rijkswacht geen meter mag verroeren – “tegen de afspraken met de overheid, meneer” – of dat de 959 pre-productiewagen die Porsche A.G destijds aan de gallerij schonk eigenlijk verschrottet diende te worden en geen centimeter mag bewegen. Gelukkig pas bij het verlaten van de Elsense faciliteit vermeld.

bartclaeysdieterengalley3

Maar veel belangrijker dan wat er precies stond of wat er exact gedoceerd werd, is het collegiale samenzijn rond koning auto. En zo mag DRIVR niet alleen trots zijn op de D’ieteren Gallery zelf, maar vooral tevreden met het feit dat bijna alle gecontacteerde collega’s (hoewel danig gebeten door de autofiele microbe) niet alleen op de uitnodiging zijn ingegaan, maar er ook nog eens van genoten hebben. Hoed af en dank!

brunoderegge1dieterengallerykopie

Impressie van Jeroen Thys

Eén keer ben ik er al geweest. Bij de bicentennaire verjaardag van D’Ieteren in 2005. Wanneer een groep als D’Ieteren 200 jaar wordt (ouder dan België), mag dat gevierd worden. Zelfs toen was D’Ieteren Gallery spaarzaam met publiciteit. Je komt er niet zomaar in. Uitdagend dus dat DRIVR de ingang vond voor een evenzeer leerrijk als boeiend octaanavondje uit.

dipficodieterengallery2

Klassiekers zijn erg populair. Of, ze zijn dat de laatste jaren geworden. Luistervinken naar het opbod van vaak foute autohistorie door soi disant klassiekerliefhebbers op beurzen…  soms grappig, vaak schrijnend droef. Hoewel niet meteen volgens de nieuwste onderwijsmethodieken, vond ik het daarom schitterend dat de sublieme Philippe Casse de blogmeet een extra kwalitatieve dimensie gaf: een kundige uitleg doorheen de autogeschiedenis, voor eens en voor altijd.

bartclaeysdieterengalley5

Klassiekers alle slag en alle elegant, zo’n avondprogramma bekoort. Op aanraden van een D’Ieteren Gallery mechanieker die ik ken, heb ik nog vruchteloos geprobeerd om Philippe Casse ons het atelier te laten zien. Ik had moeten wachten tot na de champagne. Al blijft een verborgen hoekje het bijna mystieke van de plek levend houden in gedachten.

brunodereggedieterengallery

Impressie van Ken Divjak

D’Ieteren heeft geen archieven. t’Is te zeggen, die hebben ze wel maar dan gecondenseerd in één wandelende bibliotheek: Philippe Casse. Volgens zijn visitekaartje is hij Corporate PR Manager van de Brusselse multinational die alles van Solexen tot Lamborghini’s verdeelt, maar in werkelijkheid is hij de personificatie van de D’Ieteren Gallery.

imkedielendieterengalley2

Enkel te bezoeken op uitnodiging huisvest de Gallery een collectie voertuigen die – op een handvol exemplaren na – rijklaar zijn. Of het nu een perfecte replica van een vooroorlogse Auto Union GP-racer dan wel de enige test-Veyron van België betreft, Casse heeft ze allemaal stuk voor stuk naar hun topsnelheid gedraaid (met de Auto Union heeft hij al 260 geklokt) maar vooral eloquent ingepast in het verhaal waarmee hij de Gallery inkleedt. Of beter: de Gallery maakt. Want een bezoek zonder de fabelachtige weetjes die de oldtimer uit zijn met gouden manchetten getooide mouwen tovert, is er gewoon geen.

dipficodieterengallery

Het toppunt van dit (voor mij) tweede bezoek blijft evenwel de ontdekking dat Philippe een verre neef is van ons aller idool Paul Frère. Sterker nog: Casse probeert momenteel de complete Frère-archieven naar België te halen om als didactisch materiaal te laten gebruiken. “Want we zijn één grote familie octaanliefhebbers hier”, voegde hij er nog aan toe. En hoe.

bartclaeysdieterengalley4

[Foto’s telkens aan de desbetreffende gallery van de auteur gelinkt]

Share Button