Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Dunlop Drivers Cup

Autoracen. Het is dé ultieme droom van elke octaanliefhebber met aangeboren Sparco’s. Helaas spat die zeepbel meestal uit mekaar wanneer er harde centen en peperduur materiaal aan te pas komen, want – eerlijk is eerlijk – duurdere hobby’s zijn vooralsnog het exclusieve terrein van Monaco en omstreken. Daarom screent de Dunlop Drivers Cup al enkele jaren een schare potentiële Stigs aan de hand van een wedstrijd om ze daarna met hun nirvana te confronteren: een zitje in een echte autorace. Deelname is gratis, kinderlijk eenvoudig en snel gefikst. Maar dan begint het…

Uiteraard schrijf ik me begin augustus in onder het motto “je weet maar nooit met zulke wedstrijden”. En hoewel ik pas daags voor de eerste afspraak terug in het land ben, kan ik de selectiemail nog net op tijd instemmend beantwoorden. Of anders: dit jaar is ondergetekende zonder het goed en wel te beseffen bij de 70 gelukkigen die deel mogen nemen aan de selectieproeven voor de finale. Locatie: karting Genk, tijdstip 16u. Avanti!

Dunlop Drivers Cup

Benieuwd als een klein kind luister ik naar de briefing voor de vier tests. Als eerste is de behendigheidsproef aan de beurt, wat voor Dunlop zoveel betekent als een kartwiel om ter snelst wisselen met behulp van een manuele moersleutel. Kinderspel toch? Als je de zenuwen onder controle houdt en geen van de boutjes door je vingers laat glippen tenminste… Aansluitend wordt er op teamspirit gequoteerd; ietwat chaotisch moet een groep van vijf onbekenden – aan elkaar geketend met elk een andere handicap zoals een blinddoek, handboeien etc. – een parcours afjoggen. Snelste groepstijd behaalt wederom de hoogste score en kruipt zo een streepje dichter bij de droom. En dan is er nog de uithoudingsproef. Vervang uithouding door sprintcapaciteit en je begrijpt wat ik bedoel: één mountainbike, een onbekend lapje Sven Nys en een chrono in de aanslag. Beste tijd wint.

Tenslotte (of wat had je gedacht) moet er gekart worden. Aangezien dit onderdeel op 60% van de totaalscore staat, is het meer dan belangrijk. Bij aanblik van het grote aantal kartfanaten (o.a. mensen van de Kartgrid Community) en het nog groter aantal eigen race-overalls, begin ik lichtjes te twijfelen aan mijn kansen. “Nog nooit gereden op Genks 1,4 km lang competitiecircuit, slechts tien minuten rijtijd (lees: acht getimede ronden) en achteraan startend in een meute van 34 karts is niet bepaald de juiste mix om de snelste ronde te zetten”, denk ik vlak voor de vlag gezwaaid wordt en mijn linker hersenhelft volautomatisch in racemodus klikt. De tien minuten flitsen voorbij, de funbeleving groeit – maar de frustratie evenzeer.

Dunlop Drivers Cup

En dan is het wachten op het verdict van de dag. Zal ik bij de beste twintig eindigen om in de Rotax Max-kart aan de finale te mogen deelnemen? Het zou mijn eerste ervaring zijn in een ‘snelle’ kart en sowieso de garantie voor een geslaagde dag en een schitterende ervaring erbovenop. Groot is de verbazing dan ook als ik Cedric Dervoigne hoor vallen bij het cijfer acht. “Katsjing” weergalmt er in mijn hoofd: de buit binnen en ik alvast een onderschatting rijker. Geeft dit voldoende vertrouwen om de finale positief af te werken?

Een nieuwe briefing volgt. Ook de herhaling dat tweetaktkarts geen speelgoed maar potentieel gevaarlijk materiaal zijn, doet de spanning stijgen. Het wordt donker en het wolkenpak boven Genk krijgt stilaan zwarte proporties. Zou het…? Ik hou mijn hart vast wanneer de eerste vijf een droge baan mogen oprijden; mijn stint is immers nog gemakkelijk twintig minuten verwijderd. Bovendien telt bij de Rotax Max kartproef niet je besttijd, maar een gemiddelde van al je rondes – samen met subjectieve criteria als stuur- en rijtechniek, lijnen en risico-aversie. Met die zaken in mijn achterhoofd en het besef dat ‘slechts’ 25% van de finalisten afvallen, rijd ik dan ook bedachtzaam (gelukkig nog op een droog circuit) en niet helemaal à fond. Een streepje Stigmuziek in de helm had niet bepaald misstaan.

Dunlop Drivers Cup

‘s Avonds om half elf weerklinkt het finale verdict. Ondergetekende krijgt een geel Dunlop-petje toebedeeld, wat zoveel betekent als “proficiat – je bent bij de laatste vijftien”. Die vijftien geelhoeden worden dan ook gekenmerkt door een brede grijns terwijl vijf andere deelnemers bitter ontgoocheld zijn en zich door een vroegere winnaar moeten laten oppeppen. Voor mij start de 2009-editie dus alvast in stijl, want de drie uiteindelijke winnaars zullen worden gezegend met een zitje in de 10h Dunlop Endurance Cup 2010. Wat zoveel betekent als een sponsordeal voor één race, een MINI Challenge JCW onder je derrière en professionele racebegeleiding (o.l.v. Bas Leynders) aan de zijlijn.

En hoewel ik slechts weinig ervaring met autosport heb (op wat kartsessies, een rijvaardigheidscursus en een circuitinitiatie op Francorchamps na zelfs geen), lijken de ideale lijn en snelle rondetijden bijna aangeboren. Geleerd uit de theorie en aangevuld met jarenlang Grand Prix Legends-plezier is de top 15 dus mogelijk. Volgende halte: Zolder, waar naast een aan te maken mediaportfolio ook een circuittest, een wagenbeheersingsproef en een straffe conditietest op het menu zullen staan. Nu al uitgehongerd kijk ik met spanning vooruit naar het vervolg – natuurlijk met regelmatige updates op DRIVR.

Ondertussen vraag ik ons lezerschap dan ook om steun. Niet enkel op deze site, maar ook via de speciale Facebook-fanpagina om zo de eerste stappen van het o-zo belangrijke mediadossier in te vullen. Waarvoor oprechte dank trouwens, namens de hele redactie. En mochten er tips zijn, interessante aanvullingen of contacten voorhanden zijn, dan verneem ik die uiteraard graag op cedric[apenstaartje]drivr[punt]be!

foto’s: Dunlop