Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Ik rijd als goede Belg ongeveer 80 waar ik eigenlijk 70 mag. In de achteruitkijkspiegel duikt een rijdend pak op dat duidelijk nog nooit gehoord heeft van de concepten ‘remafstand’ of ‘reactietijd’. Het is niet echt druk, maar de rij bomen en de regelmaat aan tegenliggers temperen toch zijn idee om in één beweging in te halen. Met een laatste remstoot ‘koppelt’ hij z’n Dreier dan maar aan mijn achterbumper. We zijn vertrokken voor een ritje close contact.

Ik heb een hekel aan zulk zenuwachtig, onsportief en gevaarlijk vertoon. Als ik nog maar iets te bruusk gas los, hangt hij ongetwijfeld met zijn parkeersensoren in mijn kofferbak. Wat win je er nu bij om zo kort achter iemand te gaan rijden? Elke put (en er zijn er veel dezer dagen) die ik ontwijk, stuitert hij gegarandeerd in, elk steentje (en er zijn er veel dezer dagen) dat uit de diepe groeven van mijn verse winterbanden omhoog springt, treft gegarandeerd zijn snuit of ruit en elke keer hij met 1 km/h nog dichterbij schuift, moet hij onmiddellijk op de rem. Dat moet toch verschrikkelijk vermoeiend zijn.

In tegenstelling tot Mr. Eddy heb niet de gewoonte gekke dingen te beginnen doen als zo’n helder brein achter mij opduikt. Ik hou me hooguit wat strikter aan de snelheid en kijk nog verder vooruit om plots remmen te vermijden. Meestal schuif ik zelfs al wat op naar rechts, zodat hij met eigen ogen kan zien dat de stoet van tegenliggers elk zinnig inhaalmanoeuvre tot een kamikaze-actie herleidt. Ik ga dus niet plots op de rem staan – mijn koets is me meer waard dan mijn grote gelijk – en vertraag ook niet stelselmatig tot wandeltempo.

Maar soms moet je ook de andere kant van het verhaal bekijken. Zo maakte ik onlangs op diezelfde weg deel uit van een colonne achter een grijs koppel in een grijze sedan met weinig tekens op de nummerplaat, dat aan dik 50 het peloton leidde. Ik had Irma en Fernand eerst niet opgemerkt. Pas in een ruime bocht kon ik zien dat zo’n halve meter voor de neus van de machtige Scania nog een kleine grijze garnaal haar weg naar huis zocht. De King of the Road had duidelijk geen zin om zich aan de eigen snelheidslimiet van 60 km/u te houden en maakte met diep hoorngeblaas en een rijtje felle Hella’s duidelijk dat hij zijn lading gekoelde dikbil vandaag nog wou leveren. Na ettelijke minuten was er eindelijk een gaatje en onder zwaar V8-dieselgedonder sprong de reus het koppel voorbij. Nog geen 500 meter verder draaiden ze hun oprit op. Nietsvermoedend of dichtbij een hartinfarct, ik weet het niet, ik ben doorgereden. The King was toen al bijna in de nacht verdwenen.

Ook op de autosnelweg kom je regelmatig bedreven bumperplakkers tegen. Soms lijkt het alsof ze een onzichtbare lasso om je virtuele trekhaak werpen en vervolgens de lijn binnenhalen. Misschien zijn het early adopters van de SARTRE road trains… Geef mij een schaar aub, dat ik die lassotouwen doorknip!

Hoe ga jij om met achterbumperparasieten?