Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Citroën zet zijn koers verder met de DS-lijn en voegt zo wat panache toe aan de bravere leden van de familie. Na de goede ontvangst van de DS3, is het nu immers de beurt aan een nummer hoger; de nieuwe DS4 moet de knappe zus worden van de volgende C4 die onlangs werd voorgesteld. Terwijl deze laatste eerder conservatief wordt bevonden, zou de luxevariant soelaas moeten brengen. Aan jullie het laatste woord.

Laat ons eerst even terugblikken op de huidige C4: apart gelijnd, bijzonder interieur,  stuurwiel met vaste naaf… allemaal zaken die het model onderscheiden van de concurrentie. Dat is meestal een goede zaak en zeker als het over Citroën gaat – een merk met (vooral) een verleden van non-conformisme. Wil dat dan zeggen dat al de minpunten ook een schot in de roos waren? Euhm, neen. Niet iedereen was wild van het aparte stuur of het slechte zicht door de ‘CR-X achterruit’. En toch vond ik de C4 iets hebben, alsof de ontwerpers er stiekem in geslaagd waren om de PSA-bonzen even af te leiden bij de goedkeuring van het prototype. Alsof ze tussen de regels van het lastenboek toch een (hele) lichte afdruk van de grote gloriedagen hadden gelezen.

citroen-c4-2005-1

Fast forward naar 2010 en de nieuwe C4. Het is nog even wachten op de driedeurs die vermoedelijk pittiger zal zijn dan de vijfdeurs, en dat is maar goed ook. Want de variant met vijf deuren ziet er (voor mij althans) niet bepaald inspirerend uit. Hij springt er gewoon niet uit zoals we dat van Citroëns verwachten. Een Golf mag door velen dan als saai bestempeld worden, de kracht ervan zit net in de terughoudendheid en het durven weglaten waar anderen enkel toevoegen – voorwaar niet simpel. Ook de Astra heeft een onmiskenbaar eigen look en ziet er duurder uit dan het segment laat vermoeden. Ik heb trouwens een boon voor de Lancia Delta en Alfa lijkt met de nieuwe Giulietta nog altijd te weten hoe eenvoud en sensualiteit te verenigen. Waar blijft de C4 dan in dit verhaal? Eenzaam in een verloren hoekje als je het mij vraagt – noch vis noch vlees. Een hard oordeel dat misschien wordt bijgesteld ‘in the flesh’, maar ik vrees ervoor…

citroen-c4-2011-voor
citroen-c4-2011-achter
citroen-c4-2011-interieur

Dan maar meteen over naar de DS4. De ontwerpers hebben alleszins speelruimte gekregen om nog wat lijnen toe te voegen – maar of dat een zegen dan wel een vloek is, moet je zelf maar uitmaken. Ik begrijp de gehanteerde strategie van het parallelle universum trouwens niet; waarom zou je een C4 en een DS4 met allebei vijf deuren naast elkaar aanbieden? Akkoord: de DS4 is 4cm hoger, iets korter en wat breder waardoor hij comfortabeler zou moeten zijn om in te stappen en meer overzicht zou moeten bieden. Het is dus geen tweelingszus maar het antwoord op een vraag (tenminste een vraag die de marketing in de mond van de klant legt). De extra lading chroom, de grote bek en de heupswing kunnen mij alvast niet over de streep trekken. Het interieur lijkt chiquer, met meer chroom, meer leder en meer gadgets, maar het stuur draait weer net zoals bij een ordinaire middenklasser in zijn geheel mee. Afwachten hoe de prijszetting zal zijn en hoe diep je dus in de buidel zal moeten tasten voor een premium look; de marketeers zullen alles wel netjes uitgepluisd hebben en de cijfertjes zullen aan het eind van de rit wel kloppen. Men hoopt een publiek aan te spreken dat een duit extra over heeft voor meer emotie en luxe, maar ik zie er geen Citroën DNA in.
citroen-ds4-2
citroen-ds4-3
citroen-ds4-4

Persoonlijk had ik liever een Citroën gezien die aanknoopt bij de futuristische lijnen en ideeën van de GS, de CX en de SM: een gamma met een ziel en een duidelijke identiteit zonder daarvoor beroep te doen op kitscherige addenda. Toen Peugeot destijds Citroën opslokte, smoorde het ook langzaam de nonconformistische stem van het merk met als resultaat dat er vandaag twee gamma’s zijn die niet duidelijk genoeg van mekaar verschillen. De economische realiteit dicteert (helaas) dat beide merken platformen moeten delen, wat onvermijdelijk compromissen met zich meebrengt en laat dat nu net iets zijn waar de Double Chevron vroeger een hekel aan had.

Veel erger is dat PSA geen standvastige visie lijkt te hebben op de waarden van beide merken, want hoe verklaar je een periode met legendarische sportieve Pugs zoals de 205 GTI, 309 GTI, 306 GTI of 106 Rally terwijl die markt nu zonder slag of stoot aan Renault Sport wordt gelaten? Waarom kies je voor een hoge zitpositie en meer comfort bij de 307/308, per definitie minder sportief dan de lage C4? Waarom val je het WRC kampioenschap aan met een merk dat haar lauweren heeft verdiend met comfort, terwijl je een sportieve broer in de familie hebt? Als je het geweer een aantal keer van schouder verandert, wordt het voor de klant wel erg moeilijk om de identiteit van een merk te begrijpen. Toch?