Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Ontwerpers van het kaliber Pininfarina en Giugiaro of rebellen als Bangle sieren geregeld de voorpagina’s. Dat heeft met hun talent te maken, en soms ook met de grootte van hun ego. Blader echter wat verder en je komt nog grote figuren tegen, die de menigte traditioneel schuwen. Zo hadden we het al over Robert Opron, de denker van Citröen – maar nog zo’n schaduwheld is Paul Bracq, de man achter de zuivere BMW’s uit de jaren ’70 en elegante Mercedessen zoals de 230SL Pagode.

Wie is die voor velen onbekende Fransoos dan wel dat hij in kennerskringen zo’n gerenommeerd figuur is? Als je de omvang van zijn werk bekijkt, wordt zijn invloed op het mobiele landschap van de jaren ‘50 tot ’90 snel duidelijk. Bracq studeerde in 1953 af als ontwerper en leerde de knepen van Philippe Charbonneaux, die koetswerken tekende voor ondermeer Pegaso, Delahaye en Bugatti. Vergeet niet dat er in de jaren stillekes nog geen Photoshop was om een tekening wat op te leuken, laat staan CATIA of andere 3D-programma’s om een schets in realiteit om te zetten. Alles gebeurde met de hand, van de eerste krabbel tot de zevenendertigste snede van het kleinste detail. Voorwaar geen sinecure.

bracq-philippe-charbonneaux-pegaso-2

Vijftig jaar geleden had je als jonge ontwerper bovendien nog een vervelende hinderpaal: de legerdienst. Watjes zoals wij zijn daar tegenwoordig van gevrijwaard, maar Paul Bracq had minder geluk – althans op het eerste gezicht. Want voor zijn loopbaan betekende het immers de ultieme doorbraak. Hij ontmoette er bij toeval Karl Wilfert: hoge piet bij Mercedes-Benz en medeverantwoordelijk voor de prototypes, waaronder de legendarische 300SL. Wilfert had meteen door dat deze Fransoos meer kon dan verf mengen en gaf hem na zijn legerdienst een bevoorrechte plaats in de besloten prototype-afdeling van het merk. Bracq werkte zich razendsnel op tot Chief Designer en stond van 1957 tot 1967 aan de wieg van een volledig nieuw gamma met een reeks iconen zoals de 230SL ‘Pagode’, de W108 S klasse en de machtige 600 Staatskarosse, de W114/115 (beter bekend als ‘Bar 8’ en voorloper van de huidige E klasse) en de prototypes met wankelmotor.

mercedes-230sl-pagode-1
mercedes-w114-coupe-1

Als men vandaag refereert naar de gloriedagen van Mercedes – toen luxe en kwaliteit ver boven het plebs verheven waren – dan heeft met het vaak terecht over deze elegante creaties, die de basis legden voor generaties van sobere en stijlvolle Sterren. De invloed van Bracq bleef ook na zijn vertrek nog duidelijk zichtbaar in de jaren ’70 en ’80, met de oerdegelijke W123 en W124 (E klasse) of de W126 (S klasse). Midden jaren ’90 ging naar mijn mening het licht uit bij Mercedes, met de W210 E klasse met dubbele koplampen, een compleet vormeloze wagen zonder enig thema die jammer genoeg het startsein was voor nog veel meer vergezochte lelijkheid, maar dat compleet terzijde.

mercedes-600-pullman-1
mercedes-wankel-2

Na 10 jaar Hauswerk keerde Paul Bracq terug naar Frankrijk om er even een TGV te ontwerpen- maar niet voor lang, want in 1970 trok hij naar de concurrentie in Beieren. Net zoals bij Mercedes kreeg Bracq van BMW al snel de vrijheid om een volledig gamma uit te werken, deze keer op basis van het werk van kleppers als Hoffmeister, Micheloti en Bertone. Van 1970 tot 1974 was hij verantwoordelijk voor klassiekers als de E12 5-Reeks (die hij samen met Marcello Gandini ontwierp), de E21 3-Reeks, de 630 coupé als voorloper van de E24 6-Reeks en de Turbo Concept die later als basis zou dienen voor de legendarische M1. Ook bij BMW zie je de invloed van Bracq en zijn voorgangers nog lang doorsijpelen, tot in de jaren ’70-’80 & ‘90 onder chiefdesigner Claus Luthe, verantwoordelijk voor de laatste generatie ‘klassieke’ BMW’s voor Bangle de knuppel in het hoenderhok kwam gooien.

bmw-e12-5-serie-1
bmw-6-paul-bracq
paul-bracq-bmw-turbo-1

In 1974 hield Bracq het voorgoed bekeken in Duitsland en keerde hij terug naar zijn vaderland, waar hij nog 22 jaar bij Peugeot werkte als interieurontwerper voor quasi alles van de 305 tot de 206. Ondertussen was hij ook actief als illustrator en hij staat nog steeds bekend als een autoriteit op dit gebied. Zijn ontwerpen werden altijd gekenmerkt door elegantie en lichtheid. Om de man zelf te citeren: “ Dans une voiture, j’ai toujours aimé voir clair pour mieux communiquer avec l’environnement. Cette transparence participe également à la sécurité.” Dat is met de huidige schuine en dikke dakstijlen wel eens anders.

Ode en glorie dus aan Bracq en alle andere meesters in de schaduw. De tijd van de grote ontwerpers die alles zelf deden, ligt trouwens al lang achter ons. Vandaag werkt een team onder de vleugels van de Chief Designer, die zelf eerder zelden het potlood ter hand zal nemen maar wel voor de nodige inspiratie en schwung moet zorgen. En af en toe heb je een flamboyante gek (of visionair, je bekijkt het maar) à la Bangle, die erin slaagt om een team buiten de lijnen te laten kleuren. Zou het kunnen dat Bracq en Luthe toch even moesten slikken bij de aanblik van de eerste Bangle-Butt?