Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Met het F1-kampioenschap in de finale fase zal Ferrari er alles aan doen om de titels binnen te halen. Fernando Alonso staat momenteel zes punten achter leider Vettel geklasseerd, en ook in het constructeurskampioenschap staat de Scuderia tweede. Er wacht dus niet alleen Ferrari, maar ook technische partner Shell nog een behoorlijke uitdaging – want hun samenwerking gaat heel wat verder dan je zou denken. Wij kregen de kans om het mobiele lab van Shell te bezoeken tijdens het F1-weekend in België.

Door de ontwikkelingsstop van de motoren moet het verschil tijdens het seizoen elders gemaakt worden – bijvoorbeeld bij de brandstof. Een efficiëntere verbranding kan zorgen voor meer vermogen of een gunstiger verbruik. Zo’n twee à drie weken voor een GP-weekend wordt al beslist met welke brandstof de race gereden zal worden. Die benzine die de F1-wagens drinken, is opgebouwd uit ongeveer 200 verschillende componenten en komt voor 99% overeen met de Shell V-Power die je zelf aan de pomp kan tanken! Voor ieder raceweekend moet Ferrari een brandstofstaal aan de FIA bezorgen, zodat zij kunnen testen of die aan de reguleringen voldoet. Alle andere stalen die de FIA tijdens het weekend kan controleren (bijvoorbeeld na winst van Ferrari), moeten overeenkomen met dat aangeleverde staal. De brandstofleidingen moeten dus telkens grondig schoongemaakt worden, om vervuiling door oudere brandstoffen te vermijden.

Aan de achterkant van de pitbox in Francorschamps treffen we links en rechts rode vrachtwagens aan – in de linkse blijkt het Shell Trackside Laboratory verstopt te zitten. Het mobiele lab van Shell wordt steeds op de woensdag voor de race opgesteld. Wat meteen opvalt: Shell en Ferrari lijken wel één team, met dezelfde kledij voor werknemers van beide bedrijven. Bij elke race zijn minstens drie gespecialiseerde technici aanwezig, die gedurende een raceweekend meer dan veertig olie- en dertig brandstofstalen analyseren. Op donderdag worden stalen genomen van de wagens en de carlotta (de machine die in de pitbox gebruikt wordt om benzine in én uit de auto’s te pompen). Ook stalen uit de benzinedrums worden gecontroleerd, om zeker te zijn dat er sinds de testen in Chester (UK) geen vervuiling is opgetreden. De olie-analysten gaan ondertussen aan de slag met stalen uit de motor en versnellingsbak.

Op vrijdag wordt er na elke testrit een staal van de benzine genomen en getest. Door ook de olie te testen op metalen, komen Shell en Ferrari veel te weten over de staat van de motor. Dit is zeer belangrijk, aangezien er slechts acht racemotoren per seizoen zijn toegelaten, die constant worden blootgesteld aan extreme belasting en temperaturen. De olie moet de motor dus niet alleen smeren, maar ook koelen. De hydraulische vloeistoffen worden gefilterd, zodat elke onzuiverheid (tot twintig keer fijner dan een menselijk haar!) geëlimineerd wordt.

Zaterdagochtend worden de brandstoffen en oliën opnieuw getest. De stalen die voor de kwalificaties worden genomen zijn erg belangrijk, aangezien Ferrari erop moet kunnen rekenen dat brandstof en olie optimaal zijn voor de kwalificatie en race. Op basis van de olie-analyses kennen ze ook de staat van de motor, en kunnen ze zo de risico’s op motorschade inschatten. Dit is van groot belang om te weten hoe hard de wagens ‘gepusht’ mogen worden. De grootste uitdaging voor Shell is om een brandstof te ontwikkelen die gelijke prestaties levert gedurende de hele race, ook als de temperatuur stijgt. Aangezien tanken tijdens de race niet meer is toegelaten, kan er ook geen koude brandstof worden getankt.

Op zondag gelden Parc Fermé-condities: de teams mogen niets meer aan de wagens veranderen. Shell mag wel nog brandstof- en oliestalen nemen, als ultieme failsafetest. Na de race kan het gebeuren dat de FIA beslist om stalen te nemen uit een Ferrari – Shell zal dan hetzelfde doen bij wijze van second opinion. De olie wordt na het raceweekend teruggestuurd naar Shell UK voor een volledige analyse. De resultaten van die analyse worden enkele dagen later al doorgegeven aan Ferrari.

Shell en Ferrari werken dus zéér nauw samen in de Formule 1, maar niet alleen daar: de eerste Ferrari voor de weg die de fabriek in Maranello verliet in 1947, draaide al op brandstof en olie van Shell. En dat is vandaag de dag niet anders. Ook zowat alle de transmissie-oliën, hydraulische vloeistoffen en vetten worden door Shell geleverd. Achter het bekende logo op de F1-bolides blijkt dus veel meer te schuilen dan de zoveelste sponsor.