Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

OPGELET: Aan deze gastbijdrage hangt een disclaimer vast!

Als voorbereiding op de WRC rally van Zweden neemt Thierry Neuville begin 2012 les bij Tommi Mäkinen. Het is Thierry’s eerste wedstrijd op sneeuw, en het spreekt boekdelen dat hij een Oude Meester opzoekt voor initiatie en bijschaving. Drie dagen lang stelt hij zich bloot aan de moorddadig competitieve mindset en rijtechniek van de Finse wereldkampioen. En daarbij gaat het vooral om kijktechnieken.

Getuige dit merkwaardige videodocument waarbij vooral opvalt dat Tommi nog niets van zijn aanvalszin verloren heeft. Maar op 6’00″ valt de muziek langzaam stil en spreekt de Meester zowaar tegen zijn jonge leerling. Mäkinen wordt licht metafysisch als hij uitlegt hoe een piloot langzaam moet groeien in de snelheid, maar het sleutelmoment is zijn bevestiging dat het in de rijkunst bovenal de oogspier is die je moet trainen. In de vakliteratuur wordt er dikwijls veel spel gemaakt van correct handen- en voetenwerk, terwijl het opvalt dat diepgaande instructies over het kijken zelf ontbreken. Maar hier hebben we dus een rally-god die vlijmscherp het oog aanduidt als de bron van alle andere beweging – zowel van jezelf als van je voertuig. Als je je oog stuwt en oefent, dan zal het je toelaten de snelheid te vinden. De ultieme sleutel tot performanter rijden?

Oefening voor het oog betekent hier zoveel als: een steeds betere controle verwerven over wat én hoe dat we zien. Om de visuele impulsen voor onszelf steeds beter te structureren voor interpretatie en verwerking. Als je het even analytisch bekijkt, is dat ook logisch: rijden is in de eerste plaats een mentale oefening; elke rit ontplooit zich tenslotte als een reeks van beslissingen op basis van wat we zien uit de cockpit (het ‘voelen’ laten we hier even buiten beschouwing). Des te bewuster we deze beslissingen kunnen nemen, des te minder we geplaagd worden door onzekerheid. Minder onzekerheid geeft vertrouwen, en vertrouwen geeft snelheid. Systematiek en orde dus, maar hoe juist? Voor mezelf heb ik uit literatuur, ervaring en gevolgde lessen de volgende stappenplan samengesteld:

De Basis: Rust

Er is nog één ding dat hoger staat als orde, en dat is rust. Een goed zithouding, rustige ademhaling en het hoofd vrij van andere beslommeringen zijn primordiaal. Elk gegeven moment kan je tenslotte slechts een beperkte hoeveelheid aandacht opbrengen. Kalmte zal je toelaten die aandacht te maximaliseren voor het rijden zelf. Rust betekent ook dat je blik, de beweging van de oogbal zelf, een continu en regelmatiger verloop zal kennen in harmonie met je traject en de snelheid.

Orde op Zaken: Referentiepunten

Ofwel het plan van de rit. Zowel op circuit als op de openbare weg bepaal je gaandeweg bewust het rem-, instuur- en snijpunt (apex) van elke volgende bocht waar je je blik op zal richten. Dat doe je in de tijd vóór het bewuste rempunt, door een snelle ‘scan’ van die bocht. Wil zeggen: je laat je blik – voor zover mogelijk – éénmaal heen en weer lopen over het zichtbare (en soms ook onzichtbare) verloop van de bocht, om dan netjes terug over te gaan naar het aanpeilen van het – in functie van deze scan – gekozen rempunt. Zo programmeer je als het ware je bewustzijn voor de benodigde rem- en stuurinput, terwijl de resultante referentiepunten je een kapstok geven om je relatieve positie te toetsen als je eenmaal ingestuurd bent en de bocht zelf hebt aangesneden. 
Je blik verschuift hierbij telkens vloeiend naar het volgende referentiepunt, telkens kort voordat het voorgaande bereikt is.

Hoe vloeiend, en hoelang dat ‘kort’ duurt maakt de kunst uit van een gezwinde bochtengang. 
Professionals op een gesloten omloop zullen bijvoorbeeld (een stuk) meer referentiepunten definiëren, tot op het punt dat ze voor elk deel van het circuit een plan hebben, en afhankelijk van bijvoorbeeld de telemetrie van hun wagen, erg bewust kleine aanpassingen kunnen maken aan hun traject.

Losmaken van de Blik

Uiteraard moet je om voorgaande te realiseren je blik leren los te laten van de onmiddellijke omgeving van de wagen. Dit is het bewuste building of the eye waar Tommi over spreekt, ofwel het wat simplistische ‘ver doorkijken’ en zien naar waar je heen moet. En dat is een flink stuk minder eenvoudig dan het lijkt. Het gaat hier echt om een bewust loslaten van de veilig aanvoelende nabije omgeving van de wagen, om volledig te vertrouwen op het feit dat je zal rijden waar je ergens in de verte naar gaat kijken – zelfs als dat punt achter een voorligger of een stukje heuvel ligt. Ver doorkijken heeft een eerste voordeel dat er rondom je focuspunt minder visuele onrust is; de omgeving flitst niet meer aan een rotvaart voorbij en dat geeft rust, een aandachtsbonus die je dan kan investeren in een betere organisatie van je lijnenspel. 
Een tweede bonus is dat een vooruitgelopen blik je als het ware meetrekt: je zal merken dat je met deze kijktechniek bijna automatisch een beetje snelheid wint.

Voor wat het luik ‘kijken waar je heen moet’ betreft, zijn er in de echte wereld (en ver van de theorie) overal complicaties: op bochtige banen kan het zijn dat we de apex niet meteen kunnen fixeren doordat de bocht bijvoorbeeld blind is. Of we zien de bocht wel degelijk, maar hij is dermate lang dat de uiteindelijke apex veel verder en onder een te grote hoek jegens onze huidige lijn zit. Uiteindelijk verkies ik in zulke situaties steeds om de buitenkant van de bocht aan te houden qua positie van de wagen. Qua kijkrichting:  ofwel het raakpunt fixeren tussen mijn zichtlijn en de binnenzijde van de bocht (bij blinde bochten), ofwel een punt aanpeilen dat net iets verder ligt dat snijpunt (wanneer de bocht wel overzichtelijk is). Dat net iets verder is weer zo’n voorbeeld van je oog te trainen of van stapsgewijze verfijning: verder is beter, maar dat vergt steeds meer mentale energie en oefening. Anticiperen voor het verschuiven van de blik probeer ik dan met controle over mijn perifeer zicht te realiseren zodra de oplijning met de echte apex zich opdringt. Daarvoor moet je je blik verruimen, en dat is…

Widescreen Kijken

Lose sight, lose fight zegt men in de luchttactiek, en dat is bij het rijden net zo: bewust omgaan met je focuspunt, en tegelijk toch overzicht bewaren zodat je, zonder je focuspunt te verplaatsen, je aandacht kan verschuiven naar andere punten binnen je gezichtsveld. Dat laat je toe kalmte te bewaren, maar is ook een eerstelijns verdediging tegen paniekreacties door tunnelvisie: het moment dat je alle aandacht zou toespitsen op één punt in je gezichtsveld, en dat je plotsklaps angst inboezemt. Die éne boom langs de weg waar iedereen tegensukkelt bijvoorbeeld. Probeer volgende oefening eens ter illustratie: Je kijkt recht voor je naar een vast punt in de kamer, bijvoorbeeld een lichtschakelaar, en terwijl je je blik daarmee opgelijnd houdt ga je in je gezichtsveld vier andere vaste punten beschouwen, maar enkel door er je aandacht één na één naar te verschuiven, en dus zonder verdere oogbeweging.

Daarna kan je dezelfde oefening doen, maar ditmaal richt je wel achtereenvolgens je blik op die vier punten. Welk van de twee was sneller denk je? 
Zo kan je kan je bijvoorbeeld je voorligger in de gaten houden terwijl je toch je correcte referentiepunten aanpeilt. Of de positie van de wagen evalueert ten opzichte van je voorgeprogrammeerd traject, aan de hand van het verloop van de wegmarkeringen langs je heen terwijl je de apex wat verder fixeert. 
Deze techniek is de basis voor het succesvol toepassen van de voorgaande principes, maar vergt een relatief grote inspanning omdat het niet de default mode is van ons brein om de dingen waar te nemen. In het begin zal je dus keer op keer jezelf moeten herinneren om je breedbeeldfunctie te activeren.

Des te groter de snelheid die je ambieert, des te systematischer en geplander je zal moeten kijken om je rijden te ondersteunen, zoveel is zeker. Is de bovenstaande korte beschrijving daartoe voldoende? Natuurlijk niet! De materie valt met volle gewicht in de categorie ‘niet zo eenvoudig’ en kan vér uitgewijd of verfijnd worden voor specifieke situaties. Wat het zeker kan doen, is dienen als een inleiding tot discussie.

Wat denken jullie van deze principes. Hoe belangrijk is bewust kijken voor jouw rijden, en welke technieken passen jullie toe? Benieuwd naar jullie reacties!