Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Nu de eerste prototypes circuleren en insiders ongeduldig gesticuleren is het zo goed als zeker dat de productieversie van de Alfa Romeo 4C op het komende Salon van Genève zal figureren. Een aureoolmodel met achterwielaandrijving én middenmotor om de imagorelance in Europa alsook de VS in te zetten. Daarom kan de Quattro Ci zich gewoonweg geen missers permitteren, en richten wij veiligheidshalve een nieuwjaarsbrief aan Romeo’s mooiste.


  • Over het uiterlijk van de 4C zijn we – ondanks initiële bedenkingen – intussen min of meer gerust. De uiteindelijke versie zal weliswaar niet over alle details van de conceptauto beschikken, en ook de vergevorderde flame surfacing wordt hoogstwaarschijnlijk ingeperkt – maar het eindproduct wordt vast en zeker om duimen en vingers bij af te likken. Waar het ons eerder om gaat, is de rijdynamiek. En die zal gezien de identieke lay-out niet kunnen ontsnappen aan een rechtstreekse vergelijking met de alom geprezen Lotus Elise.
  • Want zelfs in de eindfase van de 4C-ontwikkeling, mikken de ingenieurs dankzij een mix van aluminiumlegeringen en carbon op een drooggewicht van 850kg. Of om en bij de ton rijklaar in de showroom. Positieve geluiden dus. Al vrezen we nog meer voor die andere uitdaging, namelijk de aandrijflijn. Achter de stoelen komt de 1.750 turbo benzina die we van de 159 en recenter van de Giulietta QV kennen, met respectievelijk 200 en 235pk. Een kleine motor die op papier indrukwekkende cijfers neerzet, gepaard met een relatief laag verbruik. Maar in de praktijk weet hij nooit écht te overtuigen, mede omdat zoetgevooisde Alfa-klanken schitteren door afwezigheid en de begrenzer zelfs niet benaderd kan worden.
  • De 4C zal daarom vocaal flink uit de kast moeten komen, zij het via een volledig herwerkte uitlaatlijn of – zoals de tijdsgeest het tegenwoordig wil – met clevere sound engineering. Want zoals iedereen weet, is een welluidende motor goed voor de helft van de beleving. Iets waar Alfa, gezien de anonieme Toyota-brom in de Elise, Lotus op een eenvoudige manier zou kunnen aftroeven.
  • Last but not least: elektronica – en de verguisde DNA-knop die daar onlosmakelijk mee verbonden is. Gezien het lage gewicht zou Alfa ervoor moeten kiezen om geen elektrische stuurservo te installeren. Toch is het nog maar de vraag of zoiets de marketingafdeling voorbij geraakt, want de adaptieve ophanging en TCT-transmissie hebben wel degelijk nood aan bits & bytes. Die laatste krijgt hopelijk ook grote en vaste stuurflippers op de stuurkolom; Kleine kunststofexemplaren zoals in de MiTo of Giulietta zouden immers misplaatst zijn. En ook een setting die de bemoeizieke (bak)elektronica op non-actief zet, is een absolute must op deze pure tweezitter.
  • Rest er enkel nog een competitieve prijs. En wat dat betreft zou de deal met Maserati (die met een eigen model op 4C-basis komen) van goudwaarde kunnen zijn. Momenteel zou de richtprijs tussen de 45- en 50.000 euro liggen, oftewel linea recta tegenover de briljante Lotus Elise S. Of dat volstaat om Chapman’s clientèle te strikken danwel andere kopers in deze nichemarkt te versieren, is nog maar zeer de vraag. In bocca al lupo, Alfa!