Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Schrik niet, maar de huidige TT is intussen alweer zeven jaar oud. En hoewel het motorgamma van Audi’s kleinste coupé/roadster sinds zijn debuut in 2006 een hele evolutie heeft doorgemaakt, blijft er haast één constante om op terug te vallen: de 1.8 TFSI met 160 pk. Hoog tijd dus om de kap open te gooien en deze instapper aan de tand te voelen. En en passant een kanjer van een zonnebrand op te lopen.

De aflossing van de wacht komt voor de TT allicht volgend jaar. Die is welgekomen, want vooral binnenin kan deze Roadster z’n leeftijd niet meer helemaal verbergen: zo schittert het MMI-systeem op de middenconsole door afwezigheid, waardoor de bediening van radio of navigatie minder gebruiksvriendelijk verloopt dan je zou willen. Keerzijde van de medaille is dat diezelfde middenconsole daardoor heerlijk sober blijft. De rijpositie is verder prima, met onder meer goed steunende stoelen, op het irritant afgeplatte stuurwiel van de S-Line na.

Waar de tand des tijds dus nog voor heeft gezorgd, is een stroomlijning van het motorgamma. Zo pronkt aan dieselzijde nog steeds de klassieke 2.0 TDI in de catalogus, en aan benzinezijde (op de TTS en TT RS na) de 2.0 TFSI van 211 pk naast deze 1.8 TFSI. Dat drukgevoede 1.8-literblok moet het dus met 51 paarden minder zien te rooien dan de gespierdere 2.0 (160 pk tussen 4.500 en 6.200 tpm tegenover 211 pk tussen 4.300 en 6.000 tpm) en boet ook 100 koppelmomenten in (250 Nm tussen 1.500 en 4.500 tpm tegenover 350 Nm tussen 1.600 en 4.200 tpm). Nogal wiedes dus dat de 1.8 de klassieke sprint 1,2 seconden later afklokt dan de 2.0: 7,5 tegenover 6,3 seconden om precies te zijn.

In de praktijk komt het 1.8-blok voldoende soepel voor de dag: je kunt short-shiften en van het koppel gebruik maken, of besluiten om toch alle toeren van de teller af te wandelen en de TFSI het vermogen gradueel te laten opbouwen. Die laatste optie, geholpen door de precieze manuele zesbak, geniet trouwens de voorkeur, want in hogere sferen lig je niet echt wakker van die 51 paarden minder. Dat het uitlaatgeluid daarbij niet erg inspirerend klinkt, heb je er helaas bij te nemen.

Ook het onderstel doet het daarbij aardig, geholpen door de 10 millimeter lager liggende koets van de S-Line. De 1.8 TFSI is de enige TT die niet met quattro-vierwielaandrijving te krijgen is, maar de voorwielen hebben nooit moeite om het vermogen aan de grond te zetten en ook in de bochten is de balans mooi uitgerekend. A la limite kiest de TT voor veilig onderstuur. Alleen jammer dat het stuur naar goeie Audi-gewoonte uitblinkt in feedback noch directheid, al zit het stuurgewicht wel snor.

4.310 euro. Zoveel bedraagt het prijsverschil tussen de 160 pk sterke 1.8 TFSI en de 211 pk sterke 2.0 TFSI, beide met manuele zesbak en voorwielaandrijving. Een aanzienlijke som, die best het uitsparen waard is. Want hoewel het verschil in pk’s op papier duidelijk is, krijgt deze instapversie zeker niet het schaamrood op de wangen en is de 1.8 een bijzonder capabele aanvulling op de rest van het TT-gamma.

AUDI TT Roadster 1.8 TFSI

Plus Min
+ Uitstekende instapper – Stuurgevoel

Weggecijferd

Motor 1.8 4-in-lijn turbobenzine
Aandrijving Voorwielen
Vermogen 160 pk
Overbrenging 6-bak, manueel
Koppel 250 Nm (1.500-4.500 tpm)
Gewicht 1.380 kg
Acceleratie (0-100 km/h) 7,5 s
Topsnelheid 223 km/h
Gem. testverbruik 6,7 l/100 km
Prijs 33.140 euro

Verdict

7 op 10