Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Vanmiddag uitgerekend: de duurste Range Rover, de vijfliter V8 met supercharger in Autobiography-uitvoering, rijdt voor 129.900 euro de showroom uit. 158.600 euro zelfs, wanneer je alle hokjes aanvinkt op de optielijst, aldus de car configurator. Een verschil van maar liefst 38.800 euro met de ‘instap’-drieliter zescilinder in HSE-uitvoering, die zonder opties 91.100 euro uit je zakken schudt. En dan te bedenken dat de originele Range Rover Classic een spartaanse offroader was. Wanneer de Brit zo’n luxebeest geworden is?

range_rover_v12_1

Verbazend genoeg: tijdens de carrière van diezelfde Range Rover Classic. Toen de tweedeurs werd afgevoerd – jawel, jongere DRIVRs, er was ooit een tweedeurs-Range Rover – maakte Land Rover van de gelegenheid gebruik om het interieur op te frissen met leder en hout. Dat leek het publiek wel te smaken, waardoor de tweede generatie Range Rovers (P38) er al meer high-end uitzag en onder meer werd uitgerust met luchtvering.

BMW, dat Land Rover een jaar voor de lancering van de P38 in handen kreeg, wou de bling-factor van de Range Rover nog meer vergroten. Chef-ingenieur Wolfgang Reitzle trok resoluut de luxekaart en gaf z’n team de opdracht aan de slag te gaan met de V12 uit de toenmalige BMW 7-Reeks. Het 5,4 liter grote en 326 pk sterke blok uit de E38 was natuurlijk iets groter dan het toenmalige V8-blok van Rover-makelij. Daarom werd de overhang vooraan iets verlengd. BMW vreesde dat dit ten koste zou gaan van het rijgedrag offroad, maar uiteindelijk was het de gedachte van een SUV met zescijferig prijskaartje die BMW van het Range Rover V12-project deed afstappen en bleef het bij twee prototypes.

range_rover_v12_3

range_rover_v12_4range_rover_v12_2

De ontwikkeling van de derde generatie Range Rovers, de L322, die er nog een schepje luxe bovenop deed, zette Reitzle opnieuw aan het dromen, ware het niet dat BMW vlak daarna Land Rover aan Ford verkocht. Niet veel later verkaste de Duitser mee naar de Blauwe Ovaal, maar in het post-9/11-tijdperk leek de interesse voor een superdeluxe-Range een pak minder. Reitzle verliet Ford in 2002 en Land Rover deed hetzelfde in 2008, maar met de lancering van de huidige L405-generatie lijkt het dat de dromende Duitser zeker met de Autobiography-uitvoering alsnog z’n zin gekregen heeft. Weliswaar met 510 pk sterke V8 in plaats van V12, maar krijg zo’n blok nog maar eens aan de regelneven van de EU verkocht.

[Foto’s: Autocar]