Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Tussen alle nicheproducten door zijn er voor zover we kunnen inschatten slechts een handvol ervaringen waar je als zelfverklaarde petrolhead van moet hebben geproefd. Dan denken we spontaan aan de rudimentaire doeltreffendheid van een Defender, de loopcultuur van een V12 – als het kan zelfs op carburators – het briljante chassis van een Elise of het verpletterende motorsportgehuil van de Mezger flat six. Ook de Caterham (Super) Seven behoort tot die selecte krans. Hoog tijd voor een kennismaking.

Bouwjaar 1996 staat er op het gelijkvormigheidsattest van ‘onze’ Seven. Nochtans had dat ook 1973 kunnen zijn. Dat komt niet alleen omdat Caterham bij de overname van de rechten van Lotus nauwelijks iets aan de Lotus-receptuur gewijzigd heeft, maar ook omdat deze Seven een rechtstreekse afstammeling is van de laatste restanten die deel uitmaakten van de deal.

caterham_seven_10

caterham_seven_03caterham_seven_20

Om die gebeurtenis in de verf te zetten, lanceerde het merk zijn Graduate 797 Series, later omgedoopt tot Caterham Academy. Zij die intekenden, kochten voor het bedrag van £17,995 niet alleen een Seven Roadsport, oftewel een ‘narrow body‘ met vooraan korte dubbele driehoeken en een starre achteras van de Ford Escort, maar konden na het behalen van een Association of Racing Drivers Schools-licentie ook deelnemen aan vier sprints, hillclimbs en races op circuit.

caterham_seven_04

De winnaar van dat bewuste kampioenschap staat nu voor onze neus. Hoewel de huidige eigenaar zich daar bij de aankoop niet eens van bewust was (en het op zich niet zo veel uitmaakt), is het toch een leuke anekdote die deze ‘7’ extra street cred geeft. De combinatie van de donkere aluminium koetswerkpanelen met gele go faster stripes en zwarte Minilites met chromen accent staat het ontwerp als gegoten.

Nog fijne details zijn de fiere Union Jacks langzij, de fysieke startonderbreker, het afneembare stuurtje, de dubbele winddeflectoren die tegelijk improviseren als surrogaatvoorruit en de FIA-gekeurde rolbar. Geen overbodige luxe in een pluimgewicht van 525 kg met grote honger naar hoge bochtensnelheden.

caterham_seven_19

Onder de frêle aluminium neus zat oorspronkelijk een standaard 1.600c c Ford Kent Crossflow-blok met een door Caterham aangepakt vliegwiel, nokkenassen, elektronische ontsteking en twee dubbele 40 mm DCOE 151 ‘sidedraft’-Webers, die op hun beurt van lucht voorzien worden door een paar aluminium broodtrommels van K&N. De combinatie zou uiteindelijk goed zijn voor een bescheiden 120 pk bij 6.000 tpm. Een korte competitiekoppeling maakt Caterhams aanpassingen af.

caterham_seven_27

caterham_seven_29caterham_seven_13

In 2006 gaf de eigenaar de motor een doorgedreven upgrade, waardoor de cilinderinhoud licht steeg tot 1.700 cc. Inclusief nieuwe, scherpere nokkenassen, gesmede zuigers, aangepaste ontsteking en een vrijer uitademende roestvrijstalen uitlaatlijn steeg het vermogen naar iets meer dan 140 pk, of omgerekend een pk/gewichtsratio van 229 pk per ton.

caterham_seven_21

Tot zover de theorie, want in de praktijk ben je eerst en vooral bezig met de aparte kanten van de Seven. Zo is het als passagier opletten bij het instappen voor de gloeiendhete uitlaat, terwijl je ook als bestuurder beter de vijfpuntsharnassen ontrafelt vooraleer je instapt. Eenmaal geïnstalleerd in de nauwe cockpit zit je praktisch bij elkaar op schoot, maar dat is snel vergeten.

caterham_seven_25

caterham_seven_05caterham_seven_15

Je zit immers laag, het kleine alcantara stuurtje en dito pookje liggen goed in de hand, en het zicht over de lange neus met cartooneske koplampen is al even klassiek als geniaal. Door de vele koelsleuven ruik je bovendien de mix van olie en benzine, en vangt je gezicht de warmte van de motor. Qua sensatie kan het tellen – en dan zijn we nog niets eens vertrokken.

caterham_seven_24

Ook het aanzetten vergt gewenning. De MINI Paceman Cooper S waarmee we gekomen zijn, heeft nu eenmaal beduidend meer toegankelijke bedieningselementen. De koppeling van de Caterham is kort, grijpt stevig aan en vraagt beleid net zoals het gaspedaal. Zoals het moet, zeg maar. Het rechtse stuur vraag niet zozeer gewenning vanwege de positie, maar wel vanwege de directheid, de kleine fysieke diameter en het gebrek aan een stuurservo. Niet dat de Seven zoiets überhaupt nodig heeft, maar daardoor is het soms lastig om op snelheid grote oneffenheden te counteren zonder dat de stuurinrichting daarop al te nerveus aandoet.

caterham_seven_22

caterham_seven_26caterham_seven_28

Kwestie van gewenning natuurlijk, want het servoloze stuurtje is licht en druipt van gevoel. Maar zo mogelijk nog indrukwekkender is het effect van de kleine Ford-motor op het vederlichte chassis. Vergeet Nissan GT-R‘s en andere Porsche Turbo’s: qua absolute sensaties doen ze met afstand onder voor de pocket rocket uit Surrey. Zonder meer een aanval op de zintuigen. Want ook je oren worden bestookt met zowel inductie- als uitlaatgeluid, terwijl insecten en ander rondvliegend puin intussen onophoudelijk in je gezicht worden gekatapulteerd.

caterham_seven_11

Tegen alle verwachtingen in is deze Seven dan ook een pak meer intimiderend dan oorspronkelijk gedacht. Instappen en de limieten aftasten zit er niet meteen in. Maar dat geeft de Seven tegelijk ook zijn karakter. Je bent immers verplicht om de grenzen beetje bij beetje af te tasten tot wanneer je zelf volledig de controle hebt. En mocht het ooit zover komen, dan heeft Caterham anno 2013 nog heel wat straffers in de aanbieding.

[Met dank aan DRIVR Philippe]

CATERHAM Seven 1.6 Roadsport (MY 1996)

Plus Min
+ Pure rijsensaties – Puur weekendspeeltje

Weggecijferd

Motor 1.6 viercilinder, Ford
Aandrijving Achterwielen
Transmissie 5-bak, manueel, Ford
Carrosserie Aluminium
Vermogen 120 pk
Koppel 149 Nm
Acceleratie Ca. 6,0s
Topsnelheid Ca. 180 km/h
Gewicht 525 kg
Prijs nu Ca. 13 – 15.000 euro

Verdict

8 op 10