Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Sinds drie februari zijn de regels voor het behalen van een Rijbewijs B verstrengd. Zo moet je voortaan twaalf uur les volgen als je twee keer faalt voor de theoretische proef, horen begeleiders vermeld te staan op je voorlopig rijbewijs en mag je geen passagiers meer vervoeren als je zonder rijlessen leert rijden. Daarmee hoopt staatssecretaris voor Mobiliteit Melchior Wathelet de verkeersveiligheid een duw in de rug te geven vooraleer die federale bevoegdheid overgaat naar de deelstaten.

columnhetrozepapiertje

Wanneer dat medio 2014 gebeurt, wordt Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits verantwoordelijk voor verkeer, mobiliteit en verkeersveiligheid. En aangezien de rijopleiding daar deel van uitmaakt, is de politica zich gaan bevragen bij een 50-tal organisaties uit mobiliteitssector die eind vorig jaar 31 aanbevelingen hebben gedaan voor een krachtig Vlaams beleid. Daarin voorzien: een uitgebreide en gefaseerde rijopleiding waartegen de recente verstrenging in het niets vergaat.

Ik citeer uit de aanbevelingen: “Na zijn theoretisch examen moet de kandidaat-bestuurder drie keer een praktijkexamen afleggen: een eerste om te mogen oefenen, een tweede om een rijbewijs met strenge beperkingen te krijgen, en een derde voor een rijbewijs zonder beperkingen. Kennis en vaardigheden worden, indien nodig, in het verdere leven opgefrist. Begeleiders van een kandidaat-bestuurder  zullen introductiesessies moeten volgen, rijschoollesgevers zullen beter worden geschoold. Aan beginnende bestuurders die een ongeval veroorzaken en aan dronken bestuurders en recidieven kunnen extra leermaatregelen worden opgelegd.”

Hoeveel dat de belastingbetaler en (ouders van) kandidaat-chauffeurs gaat kosten, is nog niet bekend – laat staan of het voorlopig rijbewijs zonder lessen überhaupt kan blijven bestaan. Interessant is ook het tussenzinnetje ‘Kennis en vaardigheden worden, indien nodig, in het verdere leven opgefrist’. Een nobel streven, hoewel ik vooral van mening ben dat jonge bestuurders een goede bewaarengel nodig hebben en oude weggebruikers in het ergste geval een chauffeur. Want met de vergrijzing van de populatie blijven senioren veel langer rondrijden terwijl het merendeel nooit een examen heeft afgelegd. Hoefde ook niet vóór de verkeerswet van 1968.

Daarmee wil ik trouwens niet zeggen dat examens goede chauffeurs maken (alleen oefening baart kunst), en al helemaal niet dat iedereen vanaf zijn 70stede bus moet nemen. Maar beter dan iemand van 40 met 20 jaar rijervaring naar een opfriscursus te sturen, zouden diezelfde middelen – en waarom niet een deel van het boetefonds – aangewend kunnen worden om senioren te gaan screenen. Om te beoordelen of ze nog alert genoeg zijn om met de maniakale verkeerstroom van 2014 mee te kunnen. Onaangepaste snelheid is immers één van de belangrijkste oorzaken van verkeersleed, of het nu te snel dan wel te traag is.

Heb je kinderen met een rijbewijs, toom ze dan geregeld in. Rijden je ouders op latere leeftijd nog, hou dan de vinger aan de pols. Want beide samen op de weg zou wel eens gevaarlijker kunnen zijn dan een foutje meer of minder op een theoretisch examen.

Dit artikel staat ook als edito in AutoWeek Vlaanderen 07 van deze week.