Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Het risico met joint ventures tussen gevestigde massaconstructeurs en kleine ambitieuze fabrikanten? Dat er op een bepaald punt in het productieproces een haar in de boter komt te zitten. En als dat enkele keren op korte tijd gebeurt, kan er wel eens een streep door het hele project worden gezet. Dat dreigt nu te gebeuren met het project tussen Renault en Caterham.

renault_alpine_a110_50

Twee jaar geleden sloegen de Fransen en de Britten de handen in elkaar voor de ontwikkeling van een gezamenlijke sportwagen, die de opvolger van de legendarische Alpine zou moeten worden. De krachten werden gelijk verdeeld, en de productie zou plaatsvinden in de oude Alpine-fabriek in Dieppe. Beide tweezitters zouden een gemeenschappelijk onderstel meekrijgen, maar hun eigen draai geven aan het design. En daar schijnt nu het probleem te zitten.

Vorige maand rapporteerde Autocar namelijk dat Renault een designrichting aan potentiële klanten had getoond, en dat de reacties minder lovend waren dan de Fransen gehoopt hadden. Omdat het project van Renault terug naar de tekentafel moet, zou de lancering van het finale product ten vroegste voor 2016 voorzien zijn. En dat terwijl de Caterham-top het finale design voor hun deel van de deal al enkele maanden geleden afgetekend had, maar nu moet wachten op input van Renault omdat de afmetingen en fixatiepunten voor het koetswerk overeen moeten stemmen.

Dat blijkt voor het kleine en flexibele Caterham een bron van frustratie teveel, na het vertrek van Carlos Tavares en de vaak eindeloze hiërarchische procedures bij Renault. Volgens Autocar en PistonHeads wil geen van beide partijen een licht schijnen op de zaak, wat de geruchten alleen maar doet toenemen. Of beide partijen los van elkaar zullen verderwerken aan een tweezitter, is op dit moment nog niet duidelijk. Wordt – alweer – vervolgd.