Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Door het verdwijnen van de originele Can-Am Series en een reglementswijziging in het wereldkampioenschap, kon halfweg de jaren zeventig de technische en aerodynamische vooruitgang van een paar jaar eerder nergens meer benut of verfijnd worden. Aan beide kanten van de Atlantische Oceaan zeilden sportwagenkampioenschappen nu onder de productiegebaseerde ‘Group 5’-vlag en was het opnieuw al Porsche wat de klok sloeg. Om een herhaling van de Can-Am-historie te vermijden, werd er samen met de constructeurs een nieuwe uitdaging op poten gezet: de IMSA GTP.

2014_GTP_Gr5 (1)

De twee grote spilfiguren in dit verhaal, de Fransman Jean-Marie Balestre – president van de FISA – en de Amerikaan John Bishop – president van de IMSA – smeedden enkele jaren lang bijzonder concrete plannen, tot een geschil uiteindelijk de twee uit mekaar zou drijven. Bishop wilde namelijk een meer toeschouwergericht platform, terwijl Balestre, met de oliecrisis in het achterhoofd, het kampioenschap wou gebruiken om zuinige motoren te ontwikkelen. Beiden zouden uiteindelijk hun eigen weg inslaan met visueel identieke wagens, maar met een totaal andere focus: waar in Europa met een brandstoflimiet over lange afstanden werd geracet, werden er in de IMSA GTP sprintraces gereden onder een cilinderinhoud/gewichtregel.

Lola

2014_GTP_Lola

Racelegende Brian Redman kwam in 1980 met zijn 42 lentes tot het besluit dat het vet van de soep was, en maakte een carrièreswitch naar verkoper van Lola-racewagens voor Carl Haas. Toen hij van Bishops plannen hoorde, werd Redmans enthousiasme gewekt, en kon hij zowel Carl Haas als de Lolafabriek overtuigen om een wagen te bouwen voor de GTP-series. De T600 was de eerste wagen, compleet met ground effects, die volledig gebruik maakte van het reglement voor de nieuwe IMSA GTP-series. Het debuut, met Redman achter het stuur, was een onmiddellijk succes, en de kudde Group 5 Porsches was op achtervolgen aangewezen. De Engelsman moest zich alleen zorgen maken om andere T600’s. Lola wilde de auto’s namelijk niet zozeer zelf racen, maar vooral verkopen.

March

2014_GTP_March

Met datzelfde doel voor ogen bouwde March een onderhoudsvriendelijk chassis, dat een grote variëteit aan motoren aankon. Aerodynamicaspecialist Max Sardou ontwierp een body met gapende opening tussen de voorste wielkasten, wat de March de bijnaam Lobster Claw opleverde. Lessen getrokken uit een eerder mislukte samenwerking met BMW om een GTP-wagen te ontwikkelen rond hun fragiele Group 5-turbomotor, de continuïteit aan updates en vooral het installeren van de Porsche Group 5-motor in een March 83G bleken een succesvol recept. Zo kwam Porsche toch weer enigszins als winnaar uit de strijd toen de March van Al Holbert in 1983 de GTP-titel opeiste.

Porsche

2014_GTP_Porsche

Dat Porsche voor deze rijzende klasse een nieuwe legende zou ontwerpen, kwam niet geheel onverwacht, ook al was de wagen oorspronkelijk bedoeld voor het World Sportscar Championship van Balestre. De absolute dominantie van de 956’s in Europa schrikten de IMSA-coureurs af, maar Bishop was ervan overtuigd dat zijn systeem niet zou falen. De Porsches waren immers specifiek gebouwd voor een laag verbruik en produceerden niet zoveel downforce en vermogen als de andere IMSA-wagens. Dat was dan toch buiten – opnieuw – Al Holbert gerekend, die met zijn technische kennis de Porsche hielp aanpassen voor het Amerikaanse circuit. De klantenversie, ‘962’ gedoopt, zegevierde meermaals tussen 1984 en 1993 en leidde tot 3 GTP-titels.

Nissan

2014_GTP_Nissan

Het succes van de 962 legde Porsche geen windeieren, met uiteindelijk 91 exemplaren die de werkplaats uitrolden. Ook Lola ging het voor de wind na het succes met de T600, en dat opende nieuwe toekomstperspectieven. Nissan wilde via zijn Amerikaanse partner Electromotive een voet tussen de deur van de GTP-series en klopte bij Lola aan voor een chassis. Die nieuwe wagen, de T810, zou het leerplatform worden waarop de uiterst succesvolle GTP ZX-Turbo werd gebaseerd. Met dat wapen domineerde Nissan het seizoen van 1988, 1989 en 1990. In 1991 volgde er een vierde titel, nu met de NPT91.

Eagle Toyota

2014_GTP_Eagle

Maar Nissan was niet het enige Japanse merk dat in de GTP-klasse wilde meetellen: ook Toyota was hongerig naar een prototype. Dan Gurney zette al een tijdje Celica’s in voor de GTU-klasse en wou een eigen wagen met zijn merknaam ‘Eagle’. Die moest de Nissans overbluffen in downforce en minstens evenveel vermogen produceren. Toyota leverde een kleine 2.1 viercilinder met turbo, die door zijn geringe omvang meer plaats bood voor ground effects. Het derde evolutiemodel van de Eagle was achteraf bekeken de ultieme GTP-machine, waar zelfs Nissan geen antwoord op had.

2014_GTP_Race

Met de komst van de fabrieksteams werd de drempel voor privé-inschrijvingen hoger, en dat resulteerde in magere startgrids. De wereldwijde crisis begin jaren negentig zorgde ervoor dat fabrieksteams in hun budgetten moesten snoeien en eind 1993 werd de handdoek definitief in de ring geworpen. Of het kampioenschap anders in originele vorm had kunnen overleven? Daarvoor vorderde de techniek en bijbehorende snelheden te vlug. De GTP-series werd dan ook, zeker aan het einde van de carrière, vaak ontsierd door zware crashes, die meestal te wijten waren aan falende ophangingselementen onder stress van de gigantische downforce.

Desondanks dat wordt er vaak nostalgisch teruggekeken op de periode waarbij inventiviteit werd aangemoedigd in plaats van afgestraft. Het vrije reglement was de drijvende kracht achter het succes van het kampioenschap en tegelijkertijd ook deels de ondergang ervan. De lijst met piloten, teams en constructeurs die de revue passeerden is indrukwekkend. Porsche, BMW, Ford, Jaguar, Chevrolet, Toyota, Nissan en Mazda maakten allemaal deel uit van de IMSA GTP-legende. Een legende die nu nog steeds leeft, dankzij de diverse historic races waarbij GTP-machines verenigd worden met hun Group C-broertjes.