Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

column_thumbVanmiddag moet de elektrische auto terug die ik momenteel in de garage parkeer. Eerlijk? Ik ga opgelucht zijn als ik de Mercedes B-Klasse Electric Drive zonder stroomtekort terug bij de importeur krijg. Ik heb immers nog maar vier uur de tijd om genoeg rijbereik in de batterijen te pompen, en dat via een huis-tuin-en-keukenstopcontact, een veel te lang verlengsnoer en een schietgebedje om parkeerplaats voor de deur. Ik heb het wel gehad met de range anxiety die nu al een week mijn mobiliteitsleven beheerst.

En dat is eigenlijk best jammer, want op zich ben ik gewonnen voor elektrisch rijden. Je rijdt er relaxter door, hoort alleen de wind en rolgeluiden, en je kunt jezelf wijsmaken dat je, door geen roet uit te stoten, het leven gered hebt van elk vogeltje dat je onderweg tegenkomt. En – boys will be boys – een achteloos overstekende voetganger het pleuris doen schrikken in een geruisloze en milieuvriendelijke versie van Carmageddon, het heeft wel wat.

Maar Spaß beiseite: na de Renault Twizy drie jaar geleden en korte testritten in de BMW i3 en Tesla Model S was dit de eerste keer dat ik een week lang volledig afhankelijk was van een elektrische auto. En ik heb me quasi geen enkele verplaatsing echt op m’n gemak gevoeld. Het begon al op de rit van Woluwe naar huis, een afstand van zo’n 45 kilometer. De meter van het rijbereik, die bij vertrek nog op 200 kilometer stond, gaf bij thuiskomst nog maar 120 kilometer aan. En dan ben ik nog de rustigste DRIVR van de redactie.

column_dashboard

Tussendoor opladen dan maar? Gaat niet, want mijn garage heeft geen stopcontact. En dan mag ik al blij zijn dat ik nog een garage heb: ik woon in een district van Antwerpen, in een buurt met niets anders dan rijhuizen en af en toe een verloren gebouwde garage. Mijn straat heeft daardoor een chronisch parkeerprobleem, waardoor ik als een verzuurde bejaarde van achter het venster de straat afspeurde op zoek naar een vrije parkeerplek dicht genoeg bij de deur.

Zodra dat gelukt was, was het behelpen met verlengsnoer (de laadkabel die Mercedes meelevert, is nogal aan de korte kant), open raam en een engelengeduld. Om je een idee te geven: ongeveer 15 kilometer extra rijbereik per uur. Helemaal volgeladen was de B-Klasse afgelopen week dus nooit, omdat je daarvoor aan je laadkabel gekluisterd moet blijven en je agenda maar beter de hele dag vrijmaakt. En dat zat er met een over-en-weertje Turnhout zondag niet meteen in.

column_b_class

Een publieke laadpaal dan maar? Daar heb je meestal een pasje voor nodig, en de dichtstbijzijnde bevindt zich op een kwartiertje fietsen van bij mij. En daar ligt volgens mij een van de grootste uitdagingen voor de overheid: als die milieuvriendelijkere auto’s wil promoten en ons wil aanzetten tot anders denken over mobiliteit, dan moet ze daar zelf het voortouw in nemen, en dan moet ze dat nu doen. Als je ziet welke vooruitgang er de laatste jaren is geboekt, en ziet hoe ver Tesla al staat, ziet het ernaar uit dat de elektrische auto blijft.

Estland rolde enkele jaren geleden bijvoorbeeld een volledig EV-netwerk uit. Ik woon intussen nog steeds in een stad waar de infrastructuur niet wordt aangepast aan de exponentiële toevloed van auto’s de laatste vijftien jaar. Een stad die meer mensen aantrekt om in buurten zoals de mijne te gaan wonen. Waar gezinnen steeds vaker twee auto’s hebben, maar geen garage om ze te parkeren. En ik geen plek om de B-Klasse op te laden. Antwerpen telt dus straks een elektrische auto minder. Als ik terug tot in Woluwe geraak, tenminste.