Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

imageWoorden van dank en andere lofbetuigingen kunnen rechtstreeks naar het gekende adres. Wij zijn namelijk zo vrij geweest het even voor u op te zoeken: in onze zesjarige geschiedenis hebben we nog nooit een gebenedijd woord getikt over de Opel Omega Evolution 500, kortweg – nu ja – de Opel Omega Evo 500. En omdat iemand het moet doen: voorwaar een korte terugblik op deze vergeten homologatiespecial.

Mocht u inmiddels van de gedachte vergeven zijn: “Tiens, bedoelen jullie niet de Lotus Omega?”, dan weze deze uitschuiver u bij dezen vergeven. De Omega Evolution 500 is immers niet onder handen genomen door Lotus, en evenmin gaat het om de Omega 3000. Nee, de Evo 500 werd namelijk aangepakt door de nabewerker des huizes, Irmscher. Dat kreeg namelijk van Rüsselsheim de opdracht om een homologatiemodel te maken zodat de Blitz kon meedoen aan de DTM.

Resultaat: 233 pk uit een 3.0 zes-in-lijn, 7,5 seconden tot de honderd en een piek van 250 kilometer per uur, dankzij de strijkplank op de achterklep. Irmscher zorgde verder nog voor een verstevigde krukas met minder contragewichten en lichtere zuigers. De versie die in de DTM werd ingezet, kreeg 385 pk mee en haalde 300 kilometer per uur. Bijzonder succesvol op circuit was de van 1991 tot 1993 gebouwde homologatiespecial echter niet: daarvoor was de concurrentie van de BMW M3 en de Mercedes 190 te groot.

image

Voor wie de zoekertjes in duikt: van de vooropgestelde productie van 500 exemplaren zouden er volgens de overlevering maar zo’n 300 gebouwd zijn. Daarvan resten er vandaag na een wilde gok nog een kleine 200. De Opel Omega Evo 500 was misschien niet zo’n groot succes als de Lotus Omega, maar hij blijft wel een stuk exclusiever. Een kwestie van prioriteiten dus.