Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

1953, de World Motor Sports Show in New York. Het moment waarop het Spaanse Pegaso zijn Cupula wereldkundig maakt. De toeschouwers zijn volledig in de ban van de gele coupé. Niet moeilijk, als je bedenkt dat sportwagens als de Jaguar XK120, Mercedes 300 SL en de Corvette C1 tegelijkertijd de toon proberen te zetten. Meer dan 60 jaar later is er één van de zowat 100 gebouwde exemplaren in al zijn glorie hersteld, te bewonderen in het Louwman Museum te Den Haag, Nederland.

Pegaso Z102 BS Cupula 2

Het Spaanse ENASA (Empresa Nacional de Autocamiones SA) wordt in 1945 boven de doopvont geouden. Onder de merknaam Pegaso – naar het gevleugelde paard uit de Griekse mythologie – produceert het merk militaire voertuigen, bussen en vrachtwagens. Sleutelfiguur Wifredo Ricart werkte voordien als teamleider bij Alfa Corse. Daar was hij onder andere verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de Alfa Romeo Tipo 512, een grand prix-bolide. Na zijn aanstelling in Spanje overtuigde hij zijn broodheer om om niet alleen utilitaire voertuigen te bouwen, maar ook in te zetten op een vooruitstrevende sportauto.

Pegaso Z102 BS Cupula 3

In 1953 is het eindelijk zover: Pegaso laat de Cupula los op de wereld. Het lijnenspel is geïnspireerd op de toenmalige hype van vliegende schotels. Het koetswerk omsluit als het ware de carrosserie, inclusief de redelijk ver naar binnen geplaatste wielen, geschoeid met roodgewangde banden. Achteraan is het vooral de koepel die imponeert, een constructie uit kunststof die meteen verantwoordelijk is voor de benaming van de wagen. Voorts komt er onder beide portieren een forse uitlaatpijp piepen, nodig om de uitlaatgassen van een cilinderrij van de V8 af te voeren.

Pegaso Z102 BS Cupula 4

Net zoals het koetswerk de aandacht wist te trekken, was er ook onderhuids het nodige te zien. Om te beginnen is er de 2,5 liter grote V8 in het vooronder, in zijn eenvoudigste configuratie voorzien van één carburator. Volgende versies van het blok hadden een longinhoud van 2,8 of zelfs 3,2 liter en waren voorzien van twee of vier dubbele Webers. En dan waren er ook nog eens varianten met één of twee compressoren. Goed voor vermogens van 225 pk, 250 pk en zelfs 280 paarden. Die laatste variant slaagde er zelfs in om op de E40 tussen Jabbeke en Oostende het toenmalige snelheidsrecord te breken, met een vitesse van 241,4 km/u. Al bleef dat niet lang in handen van Pegaso door toedoen van Jaguar met een aangepaste XK 120. Het interieur liet zich trouwens ook niet onbetuigd met een opvallende groene kleur en een schitterend instrumentenpaneel van de hand van Jaeger.

Pegaso Z102 BS Cupula 1

De bekendste koper van een Cupula was Rafael Trujillo, president van de Dominicaanse Republiek. Die zou in de jaren ’50 29.000 dollar betaald hebben voor de uniciteit. Een enorm bedrag, want voor de gemiddelde Amerikaanse sedan was je toen ‘maar’ 1.650 dollar kwijt. Tijdens het bezit door de president kreeg de wagen de bijnaam ‘El Dominicano’. Nadat de dictator in 1961 werd vermoord, verdween de Pegaso van de radar. Pas twaalf jaar later dook-ie weer op, ondertussen met een afgezaagd dak. Na tal van omzwervingen kwam de wagen in 2006 in handen van het Louwman Museum. Vervolgens was er grondig zoekwerk nodig om voldoende info te vinden voor de restauratie van deze bijzondere Cupula. Na meer dan drie jaar intensief werken verscheen de Pegaso Z-102 BS in 2016 op het Concorso d’Eleganza Villa d’Este, waar hij de juryprijs voor het mooiste design in de wacht sleepte. Die prijs werd vervolgens op het Concours d’Elegance van Amelia Island aangevuld met de erkenning ‘Best of Show‘.

Pegaso Z102 BS Cupula 5

Wat er ondertussen nog met het merk Pegaso gebeurde? Ondanks hun vooruitstrevende technieken en opvallende contouren werden de dure sportwagens geen succes. Over de verschillende versies heen rolden er een honderdtal Pegasos uit de werkplaats. Daarna viel het doek over de productie en schakelde de fabriek weer volledig over op vrachtauto’s. In 1990 nam Iveco het Spaanse ENASA over, waarmee de merknaam Pegaso definitief verdween.

[Copyright foto’s: Louwman Museum – met toestemming gebruikt]

Share Button