Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Continuation cars, het begint stilaan een trend te worden. Geen Porsche, Jaguar of Aston Martin deze keer, maar echte muscle cars. Of pony cars om helemaal correct te zijn.

Het verschil in beiden heeft met afmetingen te maken: een muscle car was een full-size coupé met zo groot mogelijke motor, terwijl de pony cars gebaseerd werden op ‘compacte’ wagens. Compact naar Amerikaanse normen dan toch. De originele Mustang uit 1964 was met 4,6 m slechts 10 cm korter dan een Audi A4 Avant!

1969 Mustang Boss 427

1969 Mustang Boss 427

Personalisatie

En zo gaat de introductie naadloos over naar de eerste auto die vandaag aan bod komt, je raadt het al: de Ford Mustang. Volgens velen de eerste pony car, hoewel de Plymouth Barracuda nog net iets vroeger op de markt kwam. De Mustang was echter een veel groter verkoopsucces, Ford kon 18 maanden na zijn introductie al uitpakken met 1 miljoen verkochte exemplaren!

De mogelijkheden om de auto te personaliseren, groeiden met de jaren. Cabriolet en coupé kregen al snel het gezelschap van de gegeerde fastback en ook onder de lange motorkap namen de keuzes steeds extremere vormen aan. Een 3.2l 6-in-lijn en 4.2l V8 (later 4.7l); wat later de gekende 5.0-liter en tegen het einde van de jaren ’60 zelfs een 7.0-liter.

Mustang Boss Mustang Boss

Ook speciale uitvoeringen mochten niet ontbreken. De Shelby Mustangs zijn uiteraard heel gekend, maar ook Ford zelf deed zijn best om de auto’s competitiever te maken op het circuit. Om te kunnen concurreren met rivaal Chevrolet in de Trans-Am serie, kreeg de Mustang vanaf modeljaar ’69 een stevige upgrade in de vorm van de Boss 302. Ook een 7.0l versie, de Boss 429 werd ontwikkeld om gehomologeerd te raken voor NASCAR. De Mach 1 tenslotte, verkrijgbaar met 351 (5.3l), 390 (6.3l) en 428 (7.0l) cubic inch motoren, vervolledigde de top van krachtige Mustangs.

Gegeerd bij verzamelaars

Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat Boss en Mach 1 Mustangs gegeerd zijn bij verzamelaars. Hoewel deze lang niet zo zeldzaam zijn als bepaalde Europese merken, moet je toch rekenen op minstens 50.000€ voor een 302 of Mach 1 in goede staat. De Boss 429 kan je tegenwoordig inruilen voor een huis, met veilingprijzen tussen de 250.000 en 450.000€. Zonder vervoers- en importkosten want de kans dat je er eentje tegenkomt op een Belgische site is bijzonder klein.

Classic Recreations uit Oklahoma, heeft sinds kort een licentie van Ford op zak om, naast Shelby Mustangs (Eleanor iemand?), ook de Boss en Mach 1 te bouwen. Het gebruikt originele Mustangs uit 1969/70 of een nieuwe, door Ford gelicentieerde, met naar keuze de bekende Coyote V8, een zogenaamde crate engine of zelfs Ecoboost-motoren. Naar eigen zeggen, willen ze klanten de kans geven om daadwerkelijk met iconische Mustangs te gaan rijden, de oorspronkelijke exemplaren zijn hiervoor veelal te kostbaar. Prijzen worden niet meegedeeld, maar de meer dan 2500 werkuren die nodig zijn, hebben uiteraard een stevig prijskaartje.

1968 Yenko Camaro

1968 Yenko Camaro

 

Don Yenko

Ford’s grootste concurrent bij de pony cars sinds de jaren ’60 is de Chevrolet Camaro. Geïntroduceerd in 1967, moest de Camaro de Mustang de loef afsteken. Aanvankelijk had de Camaro een handicap ten opzichte van zijn concurrenten: Chevrolet dicteerde namelijk dat de longinhoud van zijn pony car niet groter mocht zijn dan 400 kubieke duim (6.6l). Don Yenko, racer en Chevrolet dealer, was echter van mening dat er wel degelijk een markt bestond voor (nog) grotere motoren. Hij zocht en vond dan ook een manier om die limiet te omzeilen.

1968 Yenko Camaro 1968 Yenko Camaro

 

Yenko bestelde SS Camaro’s met de L78 optie, een 6.6l V8 met 425pk en verving die motor met een 7.0l V8 uit de Corvette. In totaal verlieten er 106 Yenko Camaro’s de showroom in 1967. Ook in 1968 ging Yenko verder met het ombouwen van SuperSports, 64 stuks waarvan naar alle waarschijnlijkheid minder dan de helft bewaard is gebleven. De wagens werden dan ook voornamelijk ingezet in de racerij en dus niet bepaald zachtaardig behandeld.

Big blocks

In 1969 liet Chevrolet zijn limiet vallen en werden de big blocks op de productielijn geïnstalleerd voordat ze naar Yenko gestuurd werden. Dat jaar kon er, naast de handgeschakelde vier versnellingen ook een automaat besteld worden, wat 30 mensen ook deden. Pas 12 jaar later liet Yenko opnieuw van zich horen, met de Turbo Z, gebaseerd op de 2de generatie Camaro.

1968 Yenko Camaro 1968 Yenko Camaro 1968 Yenko Camaro 1968 Yenko Camaro

De laatste COPO Yenko met fabrieksmotor had een chassisnummer eindigend op 201. Brand New Muscle Car (BNMC), ook uit Oklahoma, bouwt hierop sinds enige tijd verder, beginnend met het nummer 202. Het koetswerk wordt van nul gebouwd met de modernste technieken en de motor is uiteraard een 7.0-liter van 450 pk. Je kan ervoor kiezen de auto op te bouwen met originele stukken, of gebruik maken van nieuwe onderdelen: brandstofinjectie, airco, elektrische bekrachtiging, elektronica, interieur- en exterieurkleuren, zelfs rechts gestuurd. Het koetswerk bestaat in coupé of cabrioversie. Met een prijs die start vanaf 149.000 dollar, blijft BNMC ver onder de prijs die oude Yenko’s opleveren op veilingen.

1968 Yenko Camaro

Zo doet de rivaliteit tussen Mustang en Camaro zijn intrede in de 21ste eeuw. Rest mij nog één vraag: welke zou jij kiezen als je het budget voorhanden had?

UPDATE: Brand New Muscle Car is momenteel bezig aan Yenko 001 voor een klant in LA, Classic Restorations begint binnenkort aan de eerste Boss 429 voor SEMA in november en kan ons dus voorlopig enkel bovenstaande renders bezorgen.