Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

In  Deel 11 van onze Raceklassiekers gaan we het nog eens hebben over een merk dat sinds zijn ontstaan onlosmakelijk verbonden is met de autosport: Ferrari. Er zijn uiteraard heel wat modellen van het steigerende paard die niet zouden misstaan in deze reeks, maar toch is de 250 GT SWB Breadvan doorgaans het eerste dat bij ons opkomt.

Welke DRIVR droomt er niet van: achter het stuur kruipen van een auto die speciaal ontwikkeld werd voor een circuit, in wat voor vorm dan ook. Met een F1-bolide rondjes draaien in Monaco, een Group C door de nacht sturen op Le Mans,  door de Alpen driften met een Group B en ga zo nog maar een loodjeslijst door. In alle categorieën van de motorsport zijn er racewagens die tot ieders verbeelding spreken.

De Big Walkout

Het verhaal achter deze uniek vormgegeven Ferrari begint in het tumultueuze jaar 1961. De zogenaamde Big Walkout kwam er nadat Carlo Chiti, Giotto Bizzarrini en Romolo Tavoni en nog 5 anderen van de Scuderia Ferrari een brief stuurden naar Enzo Ferrari. Daarin deden ze hun beklag over de bemoeienissen van diens vrouw, Laura Dominica Garello. Naar verluidt riep Enzo alle managers op voor de wekelijkse stafmeeting, zonder ook maar één woord te reppen over de brief. Na de vergadering, die volgens Tavoni wel erg kort duurde, kregen de 8 ‘rebellen’ elk een envelop met daarin hun laatste maandsalaris en werden ze vervolgens vriendelijk maar kordaat de deur gewezen.

Giovanni Volpi, een schatrijke Venetiaanse aristocraat en zoon van de stichter van het bekende filmfestival, was met zijn Scuderia Serenissima tot dan toe één van de beste klanten van Ferrari. Hij geloofde evenwel sterk in Automobili Turismo e Sport (ATS), het nieuwe F1-team dat door Chiti en co werd opgericht. Zo sterk zelfs dat hij  hoofdsponsor werd van het team, tot groot ongenoegen van Ferrari. Meteen ging de bouw van de ATS-100 van start, een F1-wagen die echter weinig succes had. Na opgaves in de GP van België, Nederland, Mexico én de VS besloot ATS het over een andere boeg te gooien en het geluk te zoeken in het GT-kampioenschap.

Kamm-behandeling

De Ferrari 250 GT die Volpi inzette was evenwel geen concurrentie voor de 250 GTO. Enzo zocht en vond ondertussen een nieuw team, onder leiding van Sergio Scaglietti en Mauro Forghieri die de GTO verder ontwikkelden. Ferrari voelde de hete adem van Jaguar op het circuit, met de E-Type en de Cobra’s van Carroll Shelby. Il Commendatore volgde de bouw van de GTO dan ook op de voet, en ook op de verkoop van de wagens zag Enzo  persoonlijk toe. Spreekt voor zich dat hij Volpi niet toeliet op het beperkte lijstje van gelukkigen die in aanmerking kwamen voor wat nu de duurste auto’s ter wereld zijn.

Op vraag van Volpi ging coachbuilder Bizzarini aan het werk met een 250 GT van Ecurie Francorchamps, die tweede eindigde in de Tour de France van 1961. De 3,0-liter V12 van 286pk kreeg andere carburators, maar het is vooral het volledig aangepaste koetswerk dat van deze auto zo’n opvallende verschijning maakt. Piero Drogo maakte de wagen aerodynamischer door de daklijn helemaal door te trekken naar achteren, volgens de methode van Wunibald Kamm.

Camionette

Tijdens de 24 uren van Le Mans in ’62, de eerste wedstrijd waar de ‘Breadvan’ of ‘Camionette’ (zoals die door respectievelijk de Britse en Franse media genoemd werd) aan deelnam, werd onmiddellijk het nut van deze vernieuwde koetswerkvorm getoond: tijdens de eerste vier uren ging de oudere GT alle GTO’s voorbij en lag hij zevende overall. De auto moest echter opgeven na problemen met de cardanas.

Later in het seizoen volgden overwinningen in de GT-klasse op Brands Hatch, in de klimkoers van Villars-sur-Ollon en een derde plaats in de 1000km van Parijs. De deelname aan de GP van Puerto Rico werd ingetrokken na de dood van Ferrari-coureur Ricardo Rodríguez. Die overleed tijdens de oefenritten voor de Mexicaanse GP, op de omloop die later naar hem en zijn oudere broer (die in 1971 verongelukte) vernoemd werd. De Breadvan sloot zijn carrière af in 1965 tijdens de Coppa Gallenga, voor de gelegenheid in het grijs gespoten. Sinds 1973 duikt de wagen geregeld op, meestal in historische races over de hele wereld.

Het was tijdens één van die races, de Trofeo Nastro Rosso tijdens de Spa Classic, dat ik de wagen in actie kon zien – tussen andere Italiaanse volbloeden als de Ferrari 250 GTO, de 275 GTB en de Bizzarrini 5300 GT. Dat er met deze wagens niet echt voorzichtig wordt omgesprongen tijdens die races, bewijst de crash die de Breadvan maakte tijdens de Goodwood Revival in 2015. Intussen is die wel in zijn oude glorie hersteld, zij het voor een niet nader bepaald prijskaartje.