Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Iedere DRIVR herinnert zich vast nog de auto waarin zij/hij leerde rijden. Het maakt niet uit of het nu een afdankertje van pa of ma was, het was de auto waarmee jij die vrijheidsbrief kreeg  en waarmee je nadien, glunderend, helemaal alleen de baan op mocht. In mijn geval was dat een vuurrode Escort Mk IV 1.6i met RS-pakket en een uit de kluiten gewassen achterspoiler!

Het vijftigjarige bestaan is voor mij dan ook een mooie aanleiding om die befaamde voorloper van de Focus in de schijnwerpers te zetten.

ford escort ford escort mexico

De eerste generatie (1968-1975):

De Ford Escort Mk I beleefde zijn wereldpremière in januari 1968 op het Brusselse Autosalon. De Escort volgde de Ford Anglia op, die al sinds 1939 in de catalogus van Ford Europe terug te vinden was. Dit eerste model, met zijn subtiele colafles vorm, was er oorspronkelijk enkel in tweedeurs sedan uitvoering, na enkele maanden gevolgd door een break, eveneens met slechts 2 deuren, deze was ook verkrijgbaar als lichte vracht.

Het zou tot 1969 duren voor er ook een vierdeurs op de markt kwam. Zoals gebruikelijk in die periode, kwam de Escort enkel met benzinemotoren: een 1.1 van 53pk en een 1.3 met zowaar 61.5pk en zelfs 75pk in GT-uitvoering. Het lijkt belachelijk weinig, maar met een gewicht van 767kg, moest er niet zo enorm veel massa in beweging gezet worden.

Om competitief te zijn in de autosport, en dan voornamelijk rally, werd een 1.6 Twin Cam van Lotus makelij aangeboden. Die produceerde 115pk en toverde de kleine familiewagen om tot een van de meest succesvolle rally auto’s ooit. De auto was nagenoeg onklopbaar eind jaren ’60, begin jaren ’70 met een eerste plaats in de London to Mexico World Cup Rally van 1970 als meest memorabele overwinning. Een zege die Ford extra in de verf zette met de, tegenwoordig felbegeerde, Escort Mexico 1.6 als speciale editie.

ford escort mexico

Tweede generatie (1974-1981):

In januari van 1975 zag de Mark II het levenslicht, een samenwerking tussen Ford UK en Ford Duitsland. De Escort werd hoekiger maar gebruikte dezelfde mechanische onderdelen als de Mk I, met onder meer nog steeds bladveren achteraan. Ook motorisch veranderde er weinig, de zogenaamde Crossflow-motor was nu beschikbaar in 1.1, 1.3 en 1.6 uitvoering. Voor de RS1800 werkte Ford niet langer met Lotus motoren maar klopte het aan bij Cosworth, de RS2000 gebruikte een Ford Pinto motor.

ford escort rs2000

De Escort RS1800, die in feite speciaal ontwikkeld werd voor deelname aan rally’s, kwam met een belangrijke innovatie: een centraal differentieel met koppelverdeler dat het vermogen 60-40% verdeelde over respectievelijk de voor- en achterwielen. Dit vormt, weliswaar in aangepaste vorm, nog steeds de basis van de meeste moderne AWD-systemen.

Opnieuw kon Ford de overwinningen aaneenrijgen: van 1975 tot 1979 was het telkens een Escort die het hoogste schavot behaalde op de RAC-rally, en Björn Waldegård zorgde in ’79 niet alleen voor de wereldtitel, maar bezorgde Ford ook zijn eerste constructeurstitel in het WRC, mede dankzij een tweede plaats voor Hannu Mikkola en vijfde stek voor Ari Vatanen. Vatanen werd 2 jaar later wereldkampioen, opnieuw in een RS1800 en wist zo de Audi Quattro die dat jaar voor het eerst deelnam, nog even op afstand te houden.

Derde generatie (1980-1986):

De Mark III was, na de in 1979 geïntroduceerde Fiesta, de tweede Ford met voorwielaandrijving. Maar ook het koetswerk werd volledig vernieuwd. Om te concurreren met de VW Golf en Honda Civic, werd ook de Escort een hatchback, net zoals de tweede generatie Capri van enkele jaren eerder. De verkoop bleef stijgen, gedurende zowat de hele jaren ’80 was de Escort de bestverkopende auto van het Verenigd Koninkrijk. Naast de 1.1, 1.3 en 1.6 benzinemotoren, was er vanaf 1983 ook een 1.6 diesel beschikbaar. Die was met een verbruik van slechts 4l/100km bijzonder zuinig, maar met 54pk en een top van 140km/u bepaald geen snelheidsduivel.

ford escort

De Escort Mk III was beschikbaar als sedan en break, met 3 of 5 deuren. Ook een 2-deurs bestelwagenversie stond in de catalogus en vanaf 1983 kon er, voor het eerst sinds 1960, met open dak gereden worden, dankzij een Karmann koetswerk. Sportievere modellen kwamen er in de vorm van de XR3, XR3i, RS en als laatste, in 1984, de RS Turbo die 132 pk produceerde.

Om deel te kunnen nemen aan de befaamde Group B wedstrijden, begon Ford met de ontwikkeling van een achterwiel aangedreven prototype, RS1700T genaamd. De 1.8l Cosworth motor werd opgedreven tot meer dan 300pk maar aanhoudende problemen maakten dat Dagenham de plannen opborg en zijn pijlen richtte op een 4WD concurrent voor de Audi Quattro: Ford’s RS200.

ford rs200

Vierde generatie (1986-1992)

De Mk IV was in feite niet veel meer dan een geüpdatete Mk III. De neus werd vloeiender en de gelaagde achterlichten werden afgevlakt. Het instrumentenpaneel werd herwerkt maar airconditioning bleef afwezig op de Europese modellen. Nieuwe opties waren een mechanisch ABS systeem en verwarmde voorruit. Er kwam een vierde benzinemotor bij, een 1.4 van 73pk en de 1.6 diesel werd vervangen door een 1.8 (60pk). Vanaf 1988 schakelde men over op injectiemotoren.

ford escort

Vijfde generatie (1990-1997)

Met de Mk V kreeg de Escort een complete make-over, althans aan de buitenkant. De pers merkte echter op dat het koetswerkdesign van weinig creativiteit getuigde en het rijdynamisme middelmatig was. De motoren werden, zonder aanpassingen, overgedragen van de vorige generatie. In 1992 kwam hierin verandering, met de introductie van de Zetec 16-klepper, in 1.6 en 1.8 uitvoering. De optielijst werd ook gevoelig uitgebreid met onder andere stuurbekrachtiging, elektrische ramen, ABS, airco en centrale vergrendeling.

ford escort cosworth

Datzelfde jaar zag ook het meest herkenbare model van de Escort het levenslicht. De Escort RS Cosworth, die de Sierra Sapphire RS Cosworth moest vervangen in het internationale rallykampioenschap. De 2.0 Cosworth produceerde net geen 230pk en dreef de vier wielen aan. De auto was van ver herkenbaar aan de zogenaamde whale-tail spoiler die bijna de hele achterruit bedekte.

Om homologatieredenen bouwde Ford 2500 exemplaren voor het publiek, maar de vraag bleek zo groot dat ze de ‘Cossie’ tot ver in 1996 bleven bouwen. Ook nu nog blijft de Escort RS Cosworth een gegeerd model. Homologatie-exemplaren worden dan ook vlot verkocht voor 30000€ en meer, de Group A en WRC modellen wisselen van eigenaar voor een veelvoud van die prijs.

Zesde generatie (1995-2004)

De laatste incarnatie van de Escort kreeg een grote visuele update: lichten, motorkap, bumpers, zijspiegels en radiator werden hertekend, maar onderliggend was het een evolutie van de vorige generatie. Ook binnenin werd het geheel kwalitatiever en beter afgewerkt. De basismotoren (1.3 en 1.4 benzine) werden vervangen, de 1.8 diesel en Zetec 1.6 en 1.8 bleven echter ongewijzigd. Dankzij een vernieuwde ophanging werd zowel het rijcomfort als de wegligging gevoelig verbeterd.

Vanaf midden 1996 verdween de RS badge voorgoed uit het Escort gamma om pas in 2002 opnieuw op te duiken op de Focus RS. In 1997 werd wel een GTi gebouwd, de enige Ford ooit in Europa die zo’n badge op zijn kofferdeksel voerde. Een jaar later zag de Focus het levenslicht maar de Escort bleef nog enkele jaren in productie, waarbij enkel nog de 1.6 benzine en 1.8 diesel verkrijgbaar waren.

Over een periode van 33 jaar werden er 4,1 miljoen Escorts verkocht wat hem in Europa een van de populairste auto’s van de jaren ’80 en ’90 maakte. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de opkomst tijdens het feestweekend van 15 en 16 september massaal was.