Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Volgend jaar is het zestig jaar geleden dat Aston Martin de 24 uren van Le Mans won. Het heeft de Britten bloed, zweet en tranen gekost om die overwinning in de wacht te slepen. Een heugelijk moment dat het daarom maar al te graag in de verf zet met een speciale editie van de nieuwe DBS Superleggera.

Het verhaal begint drie jaar eerder, in 1956. De toenmalige eigenaar van Aston Martin, David Brown, wilde zijn merk terug in de kijker zetten via de autosport. Enkele jaren ervoor had de FIA de regelgeving van de World Sportscar Championship aangepast. Vanaf 1956 mochten ook prototypes die niet gebaseerd waren op straatwagens deelnemen aan de uithoudingsrace. Van 1953 tot 1956 had Aston Martin een gooi naar het podium gedaan met de DB3S, maar deze wist helaas geen potten te breken in 24 uur van Le Mans.

2018_aston_martin_dbs_superleggera_59_03

DBR1, de eerste jaren

Daarop liet Brown de DBR1 ontwikkelen vanaf nul. Eén man stond in voor het ontwerp van de volledige auto, Ted Cutting. Het design heeft wel wat mee van de DB3S, maar de DBR1 ziet er vooral een stuk lager uit. De opengewerkte voorste wielkast die de DB3S kenmerkte, werd vervangen door een driehoekige luchtinlaat. Het chassis was een stuk lichter en stijver dan dat van zijn voorganger door het gebruik van magnesium onderdelen. Motorisch kreeg de DBR1 een nagelnieuwe 2.5 liter zescilinder onder de kap. Deze kon in 1956 weinig zoden aan de dijk zetten tegen de grotere 3.4 liter motor van de Jaguar D-type.

aston martin DBR1

Het jaar daarop kreeg de DBR1 een 3.0 in het vooronder. Niet zonder succes zo bleek. Bij hun eerste race eindigden beide DBR1’s op nummer één en twee in de Spa Grand Prix. Daarna won de DBR1 de 1000 km van de Nürburgring. Helaas konden de Britten hun succes niet herhalen op de legendarische 24 uur van Le Mans. Beide wagens haalden de finish niet. Eén jaar later, in 1958, schreef Aston Martin een derde DBR1 in voor de World Sportscar Championship. In datzelfde jaar werd ook de motorinhoud gelimiteerd tot 3 liter.

Dat was slecht nieuws voor Aston Martin’s splinternieuwe DBR2 die door de gewijzigde regelgeving moest verstek geven. Maar voor de DBR1 keerde het tij omdat de 3.0 motor al een jaartje op het hoogste niveau had gepresteerd. En dat terwijl Jaguar en Maserati moesten afstappen van hun grotere motoren. Helaas, ondanks de overwinningen op andere circuits, vielen alle drie de Aston Martins opnieuw uit tijdens de 24 uur van Le Mans.

De aanhouder wint

1959 werd het jaar van de waarheid. Maar liefst vijf DBR1’s werden ingeschreven voor de legendarische race. Vier in Aston Martins fabrieksteam en één via het privé team van Graham Whitehead. De DBR1 bestuurd door Carroll Shelby en Roy Salvadori behaalde goud en de DBR1 met Maurice Trintignant en de Belg Paul Frére achter het stuur behaalde zilver. Beide Aston Martins wonnen met 25 rondes voorsprong op de eerste achtervolger. Datzelfde jaar won Aston Martin ook de constructeurstitel in het World Sports Car Championship.

Dat ging niet zonder slag of stoot. In de laatste race, op Goodwood, vatte één van de DBR1’s vuur tijdens het tanken. De auto was te erg beschadigd om verder te rijden en de brandstofvoorraad van Aston Martin was leeg. Om Aston Martin de overwinning te gunnen, trok Graham Whitebread zijn DBR1 uit de race zodat de DBR1’s van Aston Martin in de pits van Whitebread konden tanken en de race uitrijden. Nadien zijn alle vier de fabriekswagens verkocht aan private raceteams. Na hun roemrijke racecarrière genieten alle DBR1’s nu van een welverdiende rust in musea of privé collecties.

2018_aston_martin_dbs_superleggera_59_01

2018_aston_martin_dbs_superleggera_59_022018_aston_martin_dbs_superleggera_59_04

Mooi eerbetoon

Volgend jaar is het 60 jaar geleden dat Aston Martin hun beste autosportprestatie behaalde. Om dat te herdenken bouwt Aston Martin’s Q-divisie 24 – één voor ieder uur van de etmaalrace – exemplaren van de DBS 59 special edition. De auto is gebaseerd op de DBS Superleggera en neemt enkele stijlkenmerken over van de DBR1. Eerst en vooral is er de kleur, Aston Martin Racing Green met bronskleurige accenten in de wielen, grill, belettering en remklauwen.

2018_aston_martin_dbs_superleggera_59_05

2018_aston_martin_dbs_superleggera_59_07

De DBS 59 krijgt een spoilerlipje achterop met een bronskleurige bedrukking van het silhouet van de DBR1. In het interieur moeten vooral de stoelen met hun traditioneel bruine leder verwijzen naar de legendarische Aston Martin. Motorisch krijgt de DBS 59 dezelfde 5,2-liter V12 met 725 pk als de DBS Superleggera. De auto krijgt wel een setje extra performante remmen mee.