Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Aan deze kant van de oceaan wordt er vaak nogal neerbuigend gedaan over motorsport in de Verenigde Staten. Wij hebben het mondaine en technologisch hoogstaande Formule 1, Amerikanen rijden rondjes in sedans met 4 versnellingen en een V8 die tot 2011 nog carburatoren gebruikte. Nog onbegrijpelijker in onze streken zijn de drag-race kampioenschappen uit de National Hot Rod Association (NHRA): zo snel mogelijk een afstand van 400m afleggen met auto’s die eruitzien alsof ze in een schuur werden gebouwd. Rare jongens, die Amerikanen!

Toch is die NHRA waanzinnig populair en hebben deze ‘cultuurbarbaren’ ook in onze streken heel wat fans. Die populariteit heeft de sport vooral te danken aan zijn laagdrempeligheid: iedereen met een rijbewijs en een auto die aan de vrij beperkte technische regels voldoet, kan het circuit op. Als toeschouwer kan je op de meeste plaatsen vrij rondlopen, de pits bezoeken én een praatje slaan met de piloten! In tegenstelling tot F1, dat van bij het begin het speelveld was van de rijken, kende de NHRA een bescheidener ontstaansgeschiedenis.

2019_NHRA_hotrod_drag_racing_12

2019_NHRA_hotrod_drag_racing_032019_NHRA_hotrod_drag_racing_02

De legende gaat dat de eerste autorace is ontstaan de dag nadat de eerste auto is verschenen. En ze ligt allicht niet eens zo ver van de waarheid. Toch was racen, en eigenlijk autorijden in het algemeen, in de eerste helft van de 20e eeuw voorbehouden aan kapitaalkrachtige waaghalzen. Na de Tweede Wereldoorlog kwam hierin stilaan verandering: vooroorlogse auto’s waren spotgoedkoop en de Amerikaanse soldaten hadden tijdens de oorlog heel wat technische kennis opgedaan door te sleutelen aan oorlogsmateriaal.

Vlammen of andere tekeningen

Met die kennis begonnen ze oude auto’s om te bouwen met vooral snelheid als uitgangspunt. Auto’s zoals de Ford Model T en A waren gemakkelijk verkrijgbaar en eenvoudig aan te passen. Een V8 in het vooronder, krachtigere remmen op alle wielen en liefst nog wat vlammen of andere tekeningen op de koets en de zogenaamde hot rods waren klaar om het tegen elkaar op te nemen.

2019_NHRA_hotrod_drag_racing_11

In die beginjaren werden wedstrijden gewoon op de openbare weg georganiseerd – als je al van een organisatie kon spreken. Een rechte baan met verkeerslichten, een ongebruikt vliegveld of een opgedroogde zoutvlakte, meer was niet nodig om je wagen te meten met anderen. Toch was er al gauw nood aan een overkoepelend orgaan om deze wedstrijden in goede banen te leiden, en zo was in 1955 de allereerste dragrace van de National Hot Rod Association (NHRA) een feit.

2019_NHRA_hotrod_drag_racing_01

Tot 500 km/h

De meest tot de verbeelding sprekende klasse in dragracing is de Top Fuel Dragster met motoren tot 8,2 liter en snelheden tot ver boven de 500 (!) km/u. In theorie althans, want omwille van de veiligheid werd voor deze koningsklasse de piste ingekort tot 300 m, in plaats van de in andere klassen gebruikelijke 400 m. De brandstof voor deze raketten op wielen bestaat uit een mengsel van nitromethaan en methanol. Voor één run (warmup, burnout, staging en run zelf) is er tussen de 45 en 90 liter van het goedje nodig.

2019_NHRA_hotrod_drag_racing_07

Het huidige record staat op naam van Tony Schumacher (geen familie) die op het Wild Horse Pass circuit in Arizona het vorige record brak met een tijd van 3,667 s en een snelheid van 336,57 mph (ongeveer 540 km/u)! Top Fuel Dragsters zijn hiermee dan ook de snelste voertuigen in de motorsport.

Chevy Chevelle

Net onder die Dragsters vinden we de Funny Cars, die ook op nitro rijden, maar wel nog enige gelijkenis vertonen met bestaande auto’s. Ontstaan uit de Super Stock serie in de jaren ’70, is er tegenwoordig niets meer standaard aan de wagens. Het zijn niet langer opgekietelde productiewagens maar rasechte racewagens, gebouwd voor snelheid. Het koetswerk in glasvezel doet nog wel denken aan de productieversie, hoewel veel meer gestroomlijnd én volop vlammen uitbrakend!

2019_NHRA_hotrod_drag_racing_05

Pro Stock tenslotte, waarin zowel vier- als tweewielers een plaats hebben, is een bont allegaartje van nieuwe en klassieke modellen. In deze klasse wordt er zonder turbo’s of andere hulpmiddelen zoals nitro gereden. Motoren en koetswerk moeten bij dezelfde fabrikant gekocht worden en ze rijden op ‘gewone’ racebenzine. Het is dan ook in deze klasse dat je een getunede Nissan GT-R naast een big-block Chevy Chevelle met gigantische hood scoop kunt ziet staan.

2019_NHRA_hotrod_drag_racing_06

Omdat de sport in de VS ontstond, waar groter (of was het gekker?) altijd beter is, bestaat er ook nog zoiets als exhibition class. Punten voor een kampioenschap worden hier niet uitgedeeld, maar alles kan en mag. Wheelstanders die de hele lengte afleggen met de voorwielen in de lucht, straal- en andere vliegtuigmotoren. Of zelfs een superkart waarin de piloot wordt vastgehouden met velcro!

Green mamba

Bekend is de Hemi Under Glass die Jay Leno probeerde om te brengen, en de Little Red Wagon die recent terug opgedoken is en dit jaar opnieuw aan een tournee begint, na 16 jaar! Droeviger nieuws uit de dragster wereld was er vorig jaar, toen de tachtigjarige Doug Rose om het leven kwam in zijn zelfgemaakte Green Mamba, één van de allereerste jetcars in de NHRA.

2019_NHRA_hotrod_drag_racing_08

Met meer dan 40.000 geregistreerde piloten claimt de NHRA de grootste motorsportorganisatie ter wereld te zijn met ook in Europa een schare deelnemers die zich met elkaar meten op de circuits van onder andere Drachten in Nederland of Santa Pod in het VK. Deelnemen als amateur kost je slechts enkele tientallen euros en kan in principe met elke auto, zonder dure aanpassingen.

2019_NHRA_hotrod_drag_racing_04

Er zijn, ook in België, heel wat plaatsen waar het georganiseerd kan worden: vliegvelden, stukken snelweg die niet (meer) gebruikt worden. Zo krijgen die nutteloze investeringen toch nog een doel! En krijg je misschien enkele laagvliegers van de openbare weg. Een ideetje voor onze volgende minister van verkeer?