Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

In de jaren ’90 was ik als jonge tiener al helemaal bezeten door auto’s, en dat uitte zich vooral in het bouwen van schaalmodellen. Veranderende interesses hebben de hobby sinds begin jaren 2000 doen verwateren, maar een goed jaar geleden begon het gemis weer te knagen. Eén van de oudste overlevenden uit mijn collectie dateert van 1996, hoog tijd dus om 30 jaar na datum een vervolg te breien aan deze verloren hobby.

Google leerde me dat de Dodge Funny Car dragster van Revell die ik destijds bouwde, tegenwoordig een zeldzaamheid is geworden. Revell heeft zware tijden gekend in de jaren ’00, en moest afstand doen van het grootste deel van hun mallen. Gelukkig vonden de mallen onderdak bij Atlantis, en worden oude kits bij mondjesmaat terug in productie gebracht. Mijn nostalgisch oog viel meteen op de ’57 Chevy Bel Air Funny Car van Tom “The Mongoose” McEwen, die toevallig ook exact hetzelfde chassis en motorblok deelt met mijn kit uit 1996.

Outlaw Circuit

Tom McEwen is één van de sleutelfiguren die de dragster-sport naar het grote publiek bracht. Hij was niet alleen een racer pur sang, hij had ook het commercieel talent om de sport naar een professioneel niveau te tillen. In de jaren ’60 sloot hij een deal met speelgoedfabrikant Mattel, en reisde samen met Don “The Snake” Prudhomme de U.S. rond in hun extravagante Funny Cars. Beide heren kenden een indrukwekkende carrière in de sport tot diep in de jaren ’80, maar toen Tom zijn sponsor verloor, leek het schip gezonken.

Het was november 1987, en te laat op het jaar om nog een nieuwe sponsordeal bij mekaar te krabben voor 1988. Zijn interesse om in het geld-gedreven NHRA te blijven racen was sterk afgenomen, maar het semi-professionele outlaw circuit (auto’s niet conform IHRA of NHRA) kon zijn aandacht wel wekken. In de workshop stond reeds een gloednieuw P&P chassis met state-of-the art motorblok en aandrijflijn te wachten, dus het was kwestie om er nog een body over te draperen. De lossere regelgeving van het outlaw circuit zette The Goose aan het denken.

Te mooi om te racen

Als knipoog naar zijn allereerste auto ooit, wilde hij een ’57 Chevy Bel Air body bouwen voor zijn outlaw Funny Car. Bij Thundercraft Boats werd eerst een verschaalde fiberglass replica gemaakt van een originele Bel Air, waarna een team van specialisten de body zou aanpassen naar McEwen’s P&P chassis. McEwen wilde het design zo dicht mogelijk bij het origineel houden, dus er werden enkel aanpassingen toegelaten om de koets te stretchen naar de nieuwe dimensies.

De toevoeging van een splitter was noodzakelijk voor een wagen die in zes seconden naar 400 km/u kan accelereren, maar andere aerodynamische optimalisaties zoals een verlaging van het dak of het stroomlijnen van de neus werden nooit overwogen. De altijd optimistische McEwen schatte twee maanden werk in, maar uiteindelijk werden het er acht. Het resultaat was een koets die bijna te mooi was om mee te racen. De precisie waarmee ze te werk gingen was zodanig indrukwekkend, dat er nergens meer dan één centimeter van het ontwerp werd afgeweken.

State-Of-The Art

De retro look van de koets stond in schril contrast met de onderhuidse mechaniek. Het gloednieuwe P&P chassis was opgebouwd uit chroom-molybdeen buizen, uitgerekt over een wielbasis van 317 centimeter. De state-of-the art aandrijflijn kwam in de vorm van een 8.1 liter Keith Black V8-motor met een Mooneyham supercharger en een Enderle mechanisch brandstof injectie systeem. De brandstofmix van nitro en alcohol zorgde voor een indrukwekkende output van om en bij de 3.500 pk.

De wagen debuteerde voor het grote publiek tijdens de NHRA World Finals van 1988, met enkele demonstratie runs tussen de wedstrijden door. De President van de NHRA stond er op dat McEwen voor de eerste run tot maximaal halfweg de kwart-mijl op het gas bleef staan, om zeker te zijn dat de nieuwe wagen in een rechte lijn bleef rijden. Na enkele mislukte passes werd de wagen verder afgesteld, tot de Goose uiteindelijk de klok liet stoppen na een respectabele 6.05 seconden, aan 359 km/u.

The Fastest ’57 Chevy in The World

Gedurende 1989 verscheen de ’57 Chevy Funny Car meermaals op het toneel voor demonstratie runs en als deelnemer van zogenaamde match races in het outlaw circuit. De machtige ’57 Bel Air werd een publiekslieveling onder de dragracing fans, hetgeen The Mongoose motiveerde om de machine nog ettelijke jaren in actie te houden. De beste run van de retro-look Funny Car werd terloops scherper gesteld naar 5.72 seconden aan 428 km/u, hetgeen de wagen de benoeming van “The Fastest ’57 Chevy in The World” opleverde.

Na dit avontuur kwam McEwen nog even terug voor een interim in de Top Fuel klasse van het NHRA, alvorens hij zijn helm definitief aan de haak hing. De knappe ’57 Chevy Bel Air Funny Car werd verkocht aan Danchuk, een firma gespecialiseerd in onderdelen voor oude Chevrolets. Tot jolijt van de fans, wordt de wagen nog regelmatig naar buiten gebracht voor events en meetings. Dankzij Atlantis kan je nu dus ook terug een schaalmodel in de kast krijgen, als je tenminste het geduld kan opbrengen er eentje te bouwen.

Atlantis Hobby Kits