Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

In de tweede helft van de jaren ’90 ontpopte de Carglass Cup (het Belcar van nu) zich tot een kampioenschap met internationale allures. Reden daarvoor was het open reglement dat het veld opsplitste in klassen, gebaseerd op cilinderinhoud en een vermenigvuldigingsfactor voor aanjagers.

Hoewel slechts een handjevol wagens konden strijden om de algemene zege, werden kosten nog moeite gespaard om elke klasse-overwinning met evenveel passie en inzet te bevechten. De grote startvelden telden dan ook meerdere unieke machines, die speciaal voor de Belcar opgebouwd werden. Dat gebeurde niet alleen hier, maar eveneens in de buurlanden. Wagens die geen plaats (meer) hadden in de buitenlandse kampioenschappen, werden in België met open armen ontvangen.

Het resultaat was een indrukwekkende mix van allround GT- en toerwagens, aangevuld met enkele exoten die tot op de dag van vandaag tot de verbeelding blijven spreken. Het is onmogelijk om een juiste keuze te maken in het aanbod, dus heb ik me voor deze reeks laten inspireren door wagens die 30 jaar na datum nog steeds bij de fans in het geheugen staan geprint. BIC-pen en schetspapier in aanslag!

AD Sport Dauer 962 LM GT (1999)

AD-Sport team eigenaar Albert Vanierschot zat nooit verlegen om een stunt, maar de machine die hij in 1999 naar de Belcar wist te brengen deed menig wenkbrauw fronsen. Tijdens een bezoek aan het Duitse Porsche-atelier van Freisinger, viel zijn oog op een haast ongebruikt Porsche 962-chassis. Sportprototypes waren niet toegelaten in de Belcar, maar net zoals de Porsche-fabriek het in Le Mans 1994 had gedaan, kreeg Vanierschot het klaargespeeld om de machine als een GT-wagen te homologeren via Jochen Dauer. Het verhaal klopte misschien wel op papier, maar zelfs een blinde kon zien dat dit geen Dauer 962 was, maar wel een rasechte Group C met ground-effect tunnels. Als motor werd een single-turbo flat-six unit gemonteerd, een krachtbron die helaas nooit helemaal naar behoren zou functioneren. Desondanks was de 962 van AD-sport bloedsnel, en scoorde meteen een overwinning bij zijn tweede uiting. De fragiele Group-C machine zou in slechts drie wedstrijden aantreden, alvorens het duo Vanierschot/Longin overstapte naar een meer conventionele Porsche 993 bi-turbo. (Bron: Autosportwereld.com)

Kuismanen Audi 80 Competition (1999-2002)

Pertti Kuismanen was verzot op alles wat Audi was, en dat was te zien aan zijn wagenpark. Zo bezat hij een Audi S4 Quattro GTO, één van de twee racewagens die begin jaren ’90 door Audi Zuid-Afrika opgebouwd werden voor de Modified Wesbank Series. De Fin racete deze wagen in Spezial-Tourenwagen-Trophy in Duitsland, onder het technisch toezicht van Audi-specialist Karl Hasenbichler. Nadat de S4 GTO niet langer welkom was in Duitsland, keken Kuismanen en Hasenbichler al snel naar het open reglement van de Belcar. Kuismanen had nog een lege Audi 80 Competition kas in de workshop staan. Samen met Hasenbichler werd de 5-cilinder turbo krachtbron en aandrijflijn uit S4 Quattro GTO getransplanteerd. Het resultaat was een vuurspuwende Audi 80 die -bij wijze van spreken- bijna even breed als lang was. De Audi viel door de vermenigvuldigingsfactor voor aanjagers onder de klasse toerwagens +3 liter, maar kon dikwijls meestrijden voor de algemene overwinning. Zeker in de regen kon het duo (Hasenbichler reed zelf ook) regelmatig een vuist maken tegen de Vipers en Corvettes, dankzij de 700 paarden die over de vier wielen verstuurd werden. Na drie jaar werd de Audi vervangen door een Viper, tot spijt van de fans. (Bron: Grassrootsmotorsport.com)

GL-Racing BMW M3 DTM (1995)

Een moderne DTM-wagen die aantreedt in de Belcar? In de recente jaren van het echte DTM was dat onwezenlijk geweest, maar in 1995 was het de realiteit. Nadat BMW zich terugtrok als fabrieksteam in de DTM, besloot Linder op eigen houtje een E36 op te bouwen voor het hoogtechnologische Duitse toerwagen kampioenschap. Eén van die wagens werd gebouwd voor Schröder Motorsport, maar de financiën droogden op alvorens er een meter gereden was. De wagen was echter klaar en geleverd, maar de facturen nog niet allemaal voldaan. Om het financieel gat te dichten, verhuurde Schröder de wagen aan het Belgische GL-Racing team voor de Carglass Cup in 1995. Ondanks het feit dat de wagen met een verouderde krachtbron uit de E30 DTM-wagen reed, bleken Kurt Thiers en Vincent Dupont bijzonder snel te zijn over één ronde. Letterlijk één ronde, want veel langer hielden de remmen het niet vol op deze onderontwikkelde DTM-racer. Als kers op de taart was er regelmatig hommeles in de pitbox tussen Schröder en zijn schuldeisers, omdat hij een wagen verhuurde die niet helemaal zijn eigendom was. Dit alles werd een maat teveel voor de mannen van GL, en de samenwerking werd na enkele wedstrijden stop gezet. (Bron: Facebook groep “Schatten Van Zolder”)