DRIVR

Test: Abarth 595 Compétizione (MTA)

Het gaat goed met Abarth. Sinds het Italiaanse merk in 2008 opnieuw werd geïntroduceerd, reden er wereldwijd al meer dan 50.000 stuks de showroom uit. En dat aantal zal nog aanzienlijk stijgen nu de schorpioen ook over de grote plas wordt ingevoerd. Reden genoeg voor de Italianen om hun gamma te herschikken, te beginnen met Turijns kleinste: de 500. Wij reden met de ciliegia op de torta: de Abarth 595 Compétizione.

Abarth595-Competizione-2

In ons land en Luxemburg – FIAT heeft één invoerder voor de twee landen samen – zijn er sinds 2008 zo’n 1.400 Abarths verkocht. Niet slecht voor een merk dat vijf jaar geleden slechts twee verkooppunten had (intussen zijn dat er zeven, plus vier aftersales-punten) en toen slechts zestien stuks wist te slijten. Afgelopen jaar waren dat er 425. Hoe het gamma precies herschikt wordt? Voor de 500 komt het neer op drie modellen: de basisversie wordt herdoopt tot Abarth 500 Elaborabile en heeft recht op een 1.4 turbo met 135pk.

Abarth_595_088Abarth_595_002Abarth_595_007

Daarboven staat de 595 Turismo die op een eerder ‘trendy’ publiek mikt en verkrijgbaar is in een bicolore (grijs-rode two tone met rood lederen interieur), en tenslotte 595 Competizione die ongegeneerd de sportieve kaart trekt. Beide versies zien hun vermogen dankzij een gewijzigde ECU en een BMC-luchtfilter stijgen tot 160 pk. Logischerwijs klokken de chrono’s van de Turismo en de Competizione op dezelfde cijfers af: een sprint tot 100 in 7,4 seconden en een piek van 211 km/h. En om het allemaal nog wat ingewikkelder te maken zijn alle versies verkrijgbaar in zowel gesloten als open cabriolet-versie.

Abarth595-Turismo-5

Abarth595-Turismo-6Abarth595-Turismo-4

Onze voorkeur gaat echter vooral uit naar de 595 Competizione. De sinistere Cinquecento windt er geen doekjes om: zeventienduimers met gele remklauwen, stevige Sabelt-kuipjes in bruin alcantara en – last but not least – een vierkoppig Record Monza-uitlaatpakket ter waarde van 850 euro. Ze laten de kleine Abarth ongemeen luid ploffen, sissen en borrelen, net zoals dat het geval was bij zijn illustere voorouders. Ook van de partij: de optionele gerobotiseerde MTA-transmissie (1.400 euro) met vijf verzetten en schakellepels aan het stuur.

Abarth595-Competizione-1

Abarth-595Competizione-5Abarth595-Competizione-4

Met die stuurflippers ga je overigens beter zelf aan de slag. In de automatische stand laat het volgende verzet keer op keer iets te lang op zich wachten, terwijl de manuele stand ruimte laat voor improvisatie. Minder frustraties, maar vooral meer sensaties doordat je beter inspeelt op de reactie van motor op de versnellingsbak, en omgekeerd. Zo counter je ongewenste reacties van de aandrijflijn in echte Ferrari-stijl door je voet even van het gas te lichten bij het opschakelen, waardoor de gangwissel vloeiender aanvoelt. Bovendien mik je het turboblokje ook beter in het juiste toerental. Want ondanks de drukvoeding kan de 1.4 een licht turbogat onder de 2.000 toeren niet verbergen, en blijven de middelhoge toeren het uitgelezen speelterrein van de toerenteller.

Abarth_595_064

Abarth_595_022Abarth_595_019

Toch zetten de inherent onpraktische kantjes van de 595 Competizione een lichte domper op de feestvreugde: het afgeplatte stuur is nog steeds niet in de diepte verstelbaar, en de zitpositie nog altijd chronisch te hoog. Op de koop toe is de knop om de rugleuning van de overigens prima steunende Sabelts te verstellen quasi onbereikbaar, tenzij je het portier opendoet… Maar neem je hem dat kwalijk? Per carità no! Dat te weinig verstelbare stuur draait immers lekker direct, is goed afgewogen en vertelt je voldoende over wat de voorwielen uitspoken. Ook al is dat niet altijd even katholiek. Elektronische troost is er in de vorm van het TTC-knopje op het dashboard. Dat activeert het Torque Transfer Control, of een elektronische sper die het binnenste voorwiel afremt en je op die manier beter door de bocht trekt. Helaas onthoudt de Abarth je TTC-keuze niet, en moet je het elke keer opnieuw inschakelen als je de motor start.

Abarth595-Competizione-3

De 595 Competizione is net zoals zijn voorganger – de 500 EsseEsse – een geweldig tegenstrijdig apparaat. Het autootje is enerzijds geplaagd met ergonomische missers en dynamische rariteiten, maar countert die anderzijds op zo’n specifieke eigen manier, dat je hem die foutjes graag vergeeft. Zeker zodra die duivelse Record Monza-pijpjes beginnen te snerpen of je opgaat in de vele details. Hoe je het ook draait of keert; een ritje met de Competizione is nooit, maar dan ook nooit saai. Een groter compliment kunnen we hem niet geven.

Abarth_595_001

[Foto’s: Jeroen Peeters voor Abarth Belux]

ABARTH 595 Competizione

Plus Min
+ Duiveltje in een doosje – Rijhouding

Weggecijferd

Motor 1.4 4-in-lijn, turbo
Aandrijving voorwielen
Vermogen 160 pk
Transmissie 5-bak, gerobotiseerd
Koppel 230 Nm
Gewicht 1.035 kg
Acceleratie (0-100 km/h) 7,6 s (MTA)
Topsnelheid 211 km/h
Testverbruik 9,4 l/100km
CO2-uitstoot 151 g/km (MTA)
Prijs 23.100 euro

Verdict

8 op 10

Share Button

4 Responses

  1. Ken Divjak says:

    ‘Elaborabile’ of ‘tunebaar’ is best geinig als basisnaam.

    Bieden ze op dit duo nog kits aan zoals de EsseEsse-onderdelen van de vorige generatie?

    • Pieter Ameye says:

      De Turismo en Compétizione zijn qua hardware feitelijk de EsseEsse-modellen van vroeger. Geen extra kit nodig dus. Je kan je Elaborabile in volle Abarth-traditie wel achteraf nog tunen naar Competizione of Turismo-niveau.

  2. Stijn says:

    Altijd wel een zwak gehad voor de kleinste Abarth’s, in een irrationele bui wel eens met een scheef oog ernaar gekeken. Die laatste foto is wel erg fraai, wat een locatie!
    P.S. 22 februari? Dan ben je ook wel laat met je huiswerk in te dienen :p

    • Wim Bervoets says:

      Haha, nu zie ik pas wat je bedoelt. De fotosessie heeft Jeroen voor Abarth zelf gedaan, DRIVR was daar niet bij. Onze testperiode volgde een drietal weken later.

Leave a Reply