Share a little biographical information to fill out your profile. This may be shown publicly.

 

We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Een wat ongewone rijtest ditmaal: het circuit op met een wagen die niet meer nieuw is maar ook nog geen echte klassieker of youngtimer: de Aston Martin V8 Vantage. Schuilt er een DRIVR en misschien zelfs een future classic onder dat goddelijk koetswerk?

Er was geen autosalon dit jaar. Jammer natuurlijk, maar anderzijds kan ik me niet van de indruk ontdoen dat er toch niets zou staan waar ik verliefd op zou worden. En dat was ooit anders. Ik herinner me nog levendig een ‘Speed Gelb’ 911 993 Carrera in de editie van 1996. Recenter springt vooral het salon van 2006 voor de geest. Aan droomwagens toen geen gebrek; Porsche had immers onder andere de Carrera GT bij. Maar zelf heb ik het gros van de tijd staan gapen naar een (nog) veel kleinere stand, namelijk die van Aston Martin. Daar stond de toentertijd gloednieuwe V8 Vantage te blinken. Zo onder de indruk was ik dat we enkele dagen later nog eens naar de Heizel zijn afgezakt. Sindsdien heeft geen enkele nieuwe wagen me nog tot zo’n ‘tweede date’ kunnen verleiden…

Fisker vs. Callum

Het design van de V8 Vantage heeft in ieder geval genoeg adelbrieven om voor te leggen, in die mate dat zelfs over het vaderschap wordt getwist tussen twee designers van formaat. De V8 werd namelijk gelanceerd toen Henrik Fisker al design director was bij Aston Martin was. Ian Callum stelt evenwel dat de V8 Vantage al voor 80% klaar was toen hij er nog de scepter zwaaide. Om maar te zeggen dat we volwassen mensen nog nooit over het design van pakweg de Ssangyong Rodius hebben weten kibbelen…

De V8 Vantage werd grotendeels samen met ‘grote broer’ DB9 ontwikkeld, wat er duidelijk aan te zien is. Toch werd de DB9 nog meer overladen met esthetische lof: bij Top Gear werd de Aston zelfs langs de ‘Cool Wall’ in een ijskast geparkeerd wegens ‘too cool’. En toch vind ik het typische Aston Martin-design uit die periode nog beter staan op de kleinere Vantage. Doordat de V8 goed 30 centimeter korter is dan de DB9 (4,38m vs 4,71m) komt eerstgenoemde in levende lijve beter tot zijn recht. De voorste lichtblokken van de DB9 zijn bijvoorbeeld een exponent van het ‘Big Mac-formaat’, vermits ze de lengte van een voorarm hebben.

De compacte Vantage is haast even breed als de DB9 (1,87m versus 1,88m), wat niet alleen voor een gedrongen look zorgt maar ook flink wat sensualiteit aan het design verschaft. De V8 beschikt zo immers over fraai geprononceerde wielkasten. En wat met de V12 Vantage, hoor ik u denken? Wel, op papier mag de V12 Vantage misschien wel de optimale combo tussen een V8 Vantage en een DB9 zijn. In realiteit vormt de twaalfcilinder enkel op muzikaal vlak voor mij een overtreffende trap ten opzichte van de V8. Addenda zoals de vele luchtinlaten in de motorkap zijn voor mij zo fout als onder een pak ‘basketsloefkes’ te dragen tijdens een bezoek aan de koning.

Handbak of automaat?

Maar genoeg van mijn openlijke liefdesverklaring aan het adres van de V8 Vantage. Alhoewel, laat ons toch nog even bij het thema liefde blijven. Het was namelijk mijn eega die me uiteindelijk achter het stuur van de V8 bracht, door mij een handvol rondjes op Mettet cadeau te doen. Ik kon kiezen tussen een 911 997 Carrera S, Audi R8 V8 of -jawel- een Aston Martin V8 Vantage. De veelgehoorde lof over de dynamische kwaliteiten van de R8 trokken me sterk aan, en ja: een 911 is altijd een veilige keuze om plezier te hebben op circuit. Maar het was niettemin de V8 Vantage die mijn voorkeur onmiddellijk wegdroeg. In essentie een irrationele keuze voor rondjes op circuit, want de Vantage – hoe compact ook – sleurt toch 1.630 kilo’s mee. Maar ik moest en zou eens achter het stuur van mijn oude liefde kruipen.

Om het geheugen even op te frissen: goed 15 jaar geleden konden Astons ook al buigen op een aluminium spaceframe. Voorbij waren de tijden van de DB7, die nog tot eind 2003 van de band rolde met een uit de jaren ’70 (!) stammende structuur (van de Jaguar XJS). En ook al leverde dat aluminium hoogstandje niet meteen een vederlichte sporter à la Lotus Elise op, het zorgde wel voor broodnodige chassisstijfheid. Het transaxle-principe, met de motor vooraan achter de vooras en in dit geval een manuele zesbak tegen het zelfsperrend differentieel, zorgt op zijn beurt voor een optimale gewichtsverdeling.

Zelfs de minder geliefde 4,3-liter V8 volstaat trouwens ruimschoots om plezier mee te hebben. Al vroeg in 2008 werd die evenwel vervangen door een 4,7-liter, door de roep om meer vermogen en betere prestaties. Maar zelfs de ‘kleine’ 4,3-liter levert al 385 paarden bij 7.300 toeren en een koppel van 410 Nm bij 5.100 toeren per minuut. Belangrijker nog is dat 75% van het koppel al paraat staat bij amper 1.500 toeren, zoals het een fiere V8 betaamt. Resultaat: je komt in Mettet haast overal in 3de versnelling uit de voeten. Of hoe een potige V8 een wagen met handbak als een automaat kan doen rijden. Dergelijk schakellui rijgemak maakt ons nog meer bedroefd om de recente aankondiging van Aston Martin dat het geen handbakken meer zal aanbieden vanaf volgend jaar. We hadden het -ondanks eerdere beloftes- kunnen zien aankomen natuurlijk, daar het in de voorraadkelder van AMG inderdaad hopeloos zoeken is naar ouderwetse schakeldozen.

Shall we take the Aston?

Voorts voelt de V8 Vantage aan zoals een goede transaxle dat moet doen: heerlijk evenwichtig zonder duidelijk onder- of overstuur én -nog belangrijker- zonder dat listige kantje dat een middenmotor weleens durft te vertonen. Lichtvoetig voelt het geheel uiteraard niet aan, maar zelfs op circuit slaat deze edele Brit geen mal figuur. Het koetswerk rolt amper in de bochten waardoor de snelheid kan behouden blijven en de V8 vervolgens niet eens zo hard aan de slag moet om de zaak opnieuw op gang te trekken. Dirigeer je de achtcilinder toch naar de hogere regionen, dan ontsnapt er best wel een fijn uitlaatgeluid; niet dat van een aandachtsgeile V8 uit de VS, het Duitse Affalterbach of – aan de andere kant van het spectrum – Maranello, maar met net genoeg timbre om een glimlach op je gezicht te toveren.

Niet dat je, wanneer je echte geconcentreerd aan het sturen bent, veel tijd hebt om te genieten van het geluid. Deze circuituitstap wakkerde trouwens niet alleen mijn passie voor de V8 Vantage weer aan, maar ook die voor het circuitrijden. De jacht naar de optimale rijlijnen en hoe die continu wijzigen wanneer je trage voorgangers veilig wenst in te halen. Het is een fascinerend spel dat blijft boeien en waar je nooit te oud voor bent om bij te leren.

Loodjeslijst

Dat de Aston op circuit niet door het ijs zakte doet deze bloedmooie bolide trouwens nog hoger in mijn –helaas erg hypothetisch- ‘hopefully one day’-verlanglijstje belanden. Vroege exemplaren duiken al voor minder dan 50.000 euro op, maar ons Belgisch fiscaal stelsel is vervolgens genadeloos voor elke vorm van man maths. Minstens 5.000 euro BIV en meer dan 3.000 euro jaarlijkse verkeersbelasting vallen zelfs voor de creatiefste boekhouder moeilijk weg te rekenen. Jammer, want zo’n V8 Vantage zou wel eens de perfecte GT-DRIVR  kunnen zijn: esthetisch van ongeziene schoonheid en garant voor een flinke dot old school rijplezier gecombineerd met voldoende comfort voor langere roadtrips. Of voor een avondje uit met de eega uiteraard, of zoals Jeremy Clarkson het ooit verwoordde: “Shall we take the Aston? That has a lovely ring to it, doesn’t it…”

MEER LEZEN

Shootout: Toyota GT86 vs Aston Martin V12 Vantage

Officieel: Aston Martin V8 Vantage AMR met handbak

Veilingnieuws: Aston Martin V12 Vantage RS Concept