DRIVR

911 Classic-Eurotrip (4): In het Zog van de Mille Miglia

TIP: Lees eerst deel 1, deel 2 en deel 3 van dit reisverslag!

Captain’s log, day 4. Een bekende brul schudde me wakker uit een diepe slaap, gevuld met flarden van de afgelopen dagen – Le Mans-winnende Porsches, een stoet SL 300’s, een knalgele Miura. Ik strompelde naar het venster; nog net op tijd om Hans te zien vertrekken voor een dagje quality time met zijn madam, speciaal overgevlogen vanuit België. Maar ook Evert en ik hadden grootse plannen: aan de overkant van de Apennijnen de Mille Miglia-route opsnorren, liefst vóór de hele parade er arriveerde.

Dag 4: De Mille Miglia en de Ferrari F40

Wat we niet wisten, was dat de bergruggen van noord naar zuid lopen, met in de dalen daartussen goed onderhouden gewest- en zelfs snelwegen. Het gebergte van west naar oost doorkruisen, bleek echter een ander paar mouwen: al snel zagen we ons aangewezen op afgelegen bospaadjes, waar de term ‘onderhoud’ klaarblijkelijk nog moest worden uitgevonden. De enige andere weggebruikers die we kruisten, waren een hoogbejaarde houthakker met een Jeep en twee motorcrossers. Slik.

Wat volgde, waren ruim veertig desolate kilometers knarsentandend wachten op een klapband – die er gelukkig niet kwam. Eigenlijk hadden we het moeten weten: een 911 won ooit de Dakarrally, dus hoe had een afgebrokkelde bergpas Chloé ooit klein kunnen krijgen? Toen het laatste stukje pokdalig asfalt – want dat moest het in een vorig leven toch echt geweest zijn – achter ons lag, was het volgens wandelende encyclopedie Evert niet ver meer tot we de route van de Mille Miglia zouden vervoegen. Vanwege onze escapades weliswaar een uurtje later dan verwacht, dus het zou erom spannen om de deelnemers nog voor te kunnen zijn…

Net boven Firenze draaiden we een rotonde op, terwijl aan de overkant de nulwagen – die normaal een kwartiertje voor de deelnemers uitrijdt – net hetzelfde deed. Opdracht geslaagd! Al wat we nu moesten doen, was de Alfa Giulietta QV in kwestie volgen tot we een mooi vantage point vonden om van de passage van de klassiekers te genieten. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de professionele piloot aan het stuur bleek serieus gehaast. De reden doemde even later op in onze spiegels: een kolonne Ferrari’s van alle slag en soort, die het voorprogramma vormden voor de rally zelf. En die er, net als de nulwagen, volop voor gingen.

Al snel werden we langs alle kanten om de oren gereden. Een 599 GTO passeerde, dan een 308 GTB, een Testarossa, een 550 Maranello, … En toen zagen we Hem. Hét kroonstuk van de collectie, dé hypercar van de jaren negentig, die in mijn kindertijd veelvuldig aan de slaapkamermuur en in de Matchbox-doos figureerde. Het brede profiel van een F40 vulde het beeld… en even leek de tijd stil te staan. Terwijl de droomwagen uit mijn prille jeugd ons voorbijraasde, drong het stilaan tot mij door hoezeer ik dit moment moest koesteren – de kans om er een in volle vaart op de openbare weg te zien (en te horen!) zou zich misschien nooit meer voordoen.

Terwijl ik haast op automatische piloot de ene foto na de andere wegklikte, werkte Evert zich in het zweet om de magische bolide bij te blijven. Arme Chloé moest alles uit de kast halen, en dat kon natuurlijk niet blijven duren. Eens de F40 voorgoed uit het zicht verdwenen was, parkeerden we haar uitgeput langs de kant, om zelf een rustig plekje in het gras te zoeken met zicht op de Ferrariparade, en even later ook de Mille Miglia zelf. Het zou een volmaakt moment geweest zijn, ware het niet dat net bij het spotten van de eerste deelnemer een flinke plensbui losbarstte.

Dan maar verkassen naar een strategisch plekje onder een grote boom, net naast de start van een proef op een afgesloten stuk weg. Hier werden de deelnemers getimed over een kilometer, waarbij ze tot op een duizendste van een seconde de richttijd moesten zien te benaderen. Die noopte hen tot een strakker tempo, zodat we voor het eerst een idee kregen van de snelheid die deze wagens – in veel gevallen gaat het immers om ex-deelnemers – zo’n zes decennia geleden gedurende de volle duizend mijl aanhielden. En de regen? Die was plots helemaal vergeten.

Terwijl de laatste deelnemers passeerden, kropen Evert en ik doorweekt maar voldaan terug in onze warme cocon, om hen tijdens hun laatste stint richting Brescia in te halen via de autostradale. We arriveerden met ruim een uur marge, zodat we nog van een heerlijke pizza con vino konden genieten alvorens bij valavond de sfeer op te snuiven aan de finish. En van sfeer was er absoluut sprake: de afgezette straten werden omgord door joelende menigtes, die uit hun dak gingen terwijl de eerste Ferrari’s binnendruppelden. Aangespoord door de uitzinnige toeschouwers lieten de bestuurders hun V8’en en V12’s aanzwellen tot een muzikaal crescendo, weergalmend tussen de gevels van historisch Brescia. Met de quasi eindeloze naverbranding van ‘onze’ F40 voor eeuwig in ons geheugen gegrift, begaven we ons in staat van pure euforie naar ons hotel, voor de laatste overnachting van deze trip.

Dag 5: Terugrit

De volgende dag werden we helaas met beide voeten weer stevig op de grond gezet, want na de hereniging met de andere Porsche werden we in Zwitserland geconfronteerd met een tegenslag van formaat: de op zich al filegevoelige Gotthardtunnel bleek afgesloten. Dat betekende maar liefst vijf uur omrijden dwars door de Alpen, met als enige troost de spectaculaire uitzichten langs de baan.

Na vijftien uur in de wagen – nog steeds met geblokkeerde verwarming – wees de klok al half twee aan toen de verlaten Brusselse ring in zicht kwam. Het zou een korte nacht worden, want de volgende ochtend was het weer werken geblazen. Totaal uitgeput, oververhit en suf van de lange rit kroop ik een uurtje later eindelijk onder de dons. Maar mocht je mij op dat moment gevraagd hebben om ’s anderendaags klaar te staan om de hele reis nog eens over te doen, ik zou meteen ingestemd hebben. Zonder de minste twijfel.

FINE

[Tekst & foto’s: Pieter Fret]

Share Button

4 Responses

  1. Ken Divjak says:

    Om het met de onsterfelijke woorden van Jules Winnfield te zeggen:

    “Oh, man. I’m going, that’s all there is to it. I’m fucking going.”

    Ooit.

  2. electroshock says:

    My respect.
    Great story.
    I’m deeply impressed.

  3. Pieter Ameye says:

    Knap spul collega. Op naar de volgende 😀

    (en het diepste respect voor diegene die effectief knallen met hun F40)

  4. Wim Bervoets says:

    Gisteren een F40 gespot op de E19 richting Breda. Ik reed jammer genoeg in de andere richting, dus ik heb ‘m niet gehoord, maar ik zag hem aan de andere kant van de middenberm wel komen aanrijden. Laag en breed, inderdaad. Fantastisch verhaal ook!

Leave a Reply