BMW splitst de stamboom van de 3 Reeks in twee takken: de elektrische i3 kiest volledig voor Neue Klasse, de nieuwe G50-generatie van de klassieke Dreier blijft trouw aan het CLAR-platform met verbrandingsmotoren.
Wie na de nieuwe elektrische i3 dacht dat BMW voortaan elke Dreier volledig uit hetzelfde Neue Klasse-hout zou snijden, heeft buiten de Beiers gerekend. De nieuwe G50-generatie staat in de BMW-catalogus weliswaar onder hetzelfde 3 Reeks-hoofdstuk als de NA0-i3, maar zegt Nein danke tegen diens NAx-architectuur. De G50 bouwt onderhuids verder op een evolutie van de CLAR-basis van zijn voorganger, met verbrandingsmotoren en achterwielaandrijving. Zelfs de productie wordt gescheiden: de elektrische i3 rolt in München van de band, de Dreiers met verbrandingsmotor verhuizen naar Dingolfing.

Kortere wielbasis, langere neus
Aan de buitenkant probeert BMW de technische scheiding nochtans beter te verbergen dan dat het bij de X3 en iX3 doet. Deze G50 en de NA0 spreken nadrukkelijk dezelfde designtaal, met nieren die over de hele breedte van het front doorlopen en daarbij de dubbele koplampen aan weerszijden opslokken. Ook achteraan passen de Beiers overal de Neue Klasse-vormtaal toe. De G50 en de NA0 zijn weliswaar niet identiek: de wielbasis van de elektrische i3 meet bijvoorbeeld 2,90 meter, terwijl de benzine-3 Reeks met 2,86 meter minder ruimte tussen de assen laat. De klassieke verhoudingen blijven bij de G50 ook beter overeind: iets langere neus, cabine verder naar achteren en gestrekter silhouet.

Tegenover de G20 groeit deze G50 met een kleine 6 centimeter (tot 4,77 meter). De visuele stap van G20 naar G50 is daarbij ook behoorlijk groter dan wat BMW bij de vorige generatiewissel van de 3 Reeks aandurfde. Waar de Beiers van de F30 naar de G20 aan een nieuwe paragraaf begonnen, slaan ze met deze G50 nu resoluut de bladzijde om – zeker binnenin. Wie trouwens op basis van de foto’s al zinnens is zijn bankkaart boven te halen: zowat alle persplaatjes die je ook buiten dit artikel tegenkomt, tonen de 3 Reeks met M Sport-opsmuk. In basislivrei ziet de G50 er een fractie minder oorlogszuchtig uit. Op eigen risico te ontdekken in de configurator.
Panoramic iDrive
Binnenin is de Neue Klasse-invloed al helemaal onmiskenbaar. Het Curved Display verdwijnt en maakt plaats voor wat BMW ‘Panoramic iDrive’ noemt. Dat toont relevante informatie over zowat de hele breedte onderaan de voorruit – Panoramic Vision – en laat je infotainment en klimaatregeling bedienen via het 17,9 duim grote parallellogram dat ‘Central Display’ heet. Een head-updisplay is optioneel. DRIVRs zullen even moeten wennen aan het vierspakige stuur, dat naar keuze kan worden geüpgraded naar een al even radicaal omgegooid Individual- of M-stuur of een vleziger sportstuur.

Het standaard zitmeubilair kan mits meerprijs worden vervangen door beter steunende M-sportzetels met geïntegreerde hoofdsteun of door geventileerde multifunctionele zetels die op meer manieren verstelbaar zijn. Achteraan slikt de achterwielaangedreven 3 Reeks 450 liter aan bagage. De versies met xDrive – waaronder ook de i3 – stellen het met 30 liter minder, al compenseert de elektrovariant nog met 31 liter aan opbergruimte onder de kap vooraan. Voor wildere reisplannen wacht je uiteraard beter op de Touring.
Geen ‘i’, geen diesel, geen handbak
Onder de kap begint het gamma voorlopig met klassieke benzinemotoren – zij het steeds met mildhybride 48V-ondersteuning. De 318 en 320 – de ‘i’ op de kofferklep behoort finaal tot het verleden – gebruiken allebei een 2.0-viercilinder, goed voor respectievelijk 156 en 211 pk. Bovenaan staat de opvolger van de M340i, de M350 xDrive. Die hanteert een doorontwikkeling van het B58-blok en dus een 3.0-zes-in-lijn met een systeemvermogen van 443 pk, waardoor hij nipt krachtiger is dan de F82-generatie van de M3/M4. De M350 xDrive sprint in 4,1 seconden naar 100 km/u en wordt elektronisch tegengehouden bij 250 km/u.

Stekkerhybrides volgen later, zelfontbranders behoren in de 3 Reeks eveneens finaal tot het verleden. Het koppelingspedaal kennelijk ook. De G20 verloor zijn manuele zesbak al ergens halverwege zijn carrière – alleen de M3 en M4 hielden het derde pedaal nog in leven – maar de G50 maakt van zijn debuut korte metten met de discussie: alle versies krijgen standaard de achttraps-Steptronic. Trouwe fans van de Dreier mogen nog op één vlak gerust zijn: de 318 en 320 blijven wel gewoon achterwielaangedreven. De M350 stuurt het vermogen van zijn Reihensechser standaard via xDrive naar de vier wielen, maar krijgt wel een Drift Moment-feature. Met enkele vingerdrukken op het centrale scherm gaat het motorvermogen daarbij toch gewoon naar de achteras.

Financieel beloond
Wie de elektrische revolutie nog even voor zich wil uitschuiven, wordt financieel beloond: de BMW 318 begint bij 47.550 euro, de 320 bij 53.250 euro. Zelfs in de vorm van die laatste blijft de G50 nog 5.200 euro onder de instapprijs van de elektrische i3 (58.450 euro). De M350 xDrive zet op zijn beurt 82.350 euro onder de streep.

Tot slot nog een snelle blik in de toekomst? Zowel van de NA0 als van deze G50 zit er een volbloed M-derivaat in de pijplijn. De ene elektrisch dus, de andere niet met stekker – zoals de M5 – maar met milde hybride set-up en doorontwikkeling van het S58-blok van de uitgaande M3 en M4. Er zouden nog geen plannen in die richting zijn, maar een afgeleide uit Buchloe in de vorm van een Bovensiepen 03 GT zouden wij op de DRIVR-redactie anders ook wel zien zitten …




